Licht op zorg

Onafhankelijk, betrouwbaar en betrokken



Strengere regels voor elektronische sigaret zonder nicotine


Met ingang van deze maand is het verboden om reclame te maken voor de elektronische sigaret zonder nicotine en gaat ook het verbod in op het verstrekken van deze variant aan jongeren onder de 18 jaar. Deze nieuwe regels gelden ook voor kruidenmengsels voor de waterpijp.

 

Staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) stelt het verbod in om te voorkomen dat jongeren gaan roken en hen te beschermen tegen de schadelijkheid van rookwaren.


Uit de laatste cijfers bleek dat een derde van de jongeren tussen 12 en 16 jaar ooit een elektronische sigaret heeft geprobeerd. Bij leerlingen uit groep 7 en 8 van basisschool is dat 1 op de 10.

 

Kermis

Ook exploitanten van kermisattracties mogen door het verbod geen reclame meer maken voor shishapennen. En de elektronische sigaret mag niet meer als prijs worden weggegeven.

De NVWA zal met ingang van deze maand gaan controleren op de nieuwe regels.


Shisa-pen, vaporiser en waterpijp

Voorbeelden van een elektronische sigaret zonder nicotine zijn de shishapen en vaporizer. De regels zijn ook van toepassing op de vloeistoffen (niet-nicotinehoudende) voor de elektronische sigaret. Voorbeelden van een voor roken bestemd kruidenproduct zijn een kruidensigaret of een kruidenmengsel voor de waterpijp.

 

Met ingang van 1 juli gelden de leeftijdsgrens van 18 jaar en het reclameverbod voor alle rookwaren, met of zonder tabak. 3 juli 2017



Radboudumc doet onderzoek naar pijn


Onderzoekers van het Radboudumc gaan uitzoeken hoe pijngevoelig Nederland is. Samen met De Kennis van Nu en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) hebben zij het Groot Nationaal Onderzoek (GNO) naar pijn gelanceerd.

 

Bijna twintig procent van de Nederlandse bevolking heeft last van chronische pijn. De gevolgen hiervan zijn jaarlijks hoger dan die van kanker, hartziekten en diabetes bij elkaar. Er is nog veel onbekend over hoe pijn precies werkt. Pijn die langer dan drie tot zes maanden aanhoudt heet chronische pijn.




Anesthesioloog Monique Steegers en onderzoeker Esmeralda Blaney Davidson willen weten of mensen die pijngevoeliger zijn ook meer kans hebben op chronische pijn, en wat de gevolgen zijn voor het dagelijks leven. Om meer te weten te komen over de

pijngevoeligheid van de Nederlandse bevolking, is het daarom belangrijk dat zo veel mogelijk Nederlanders meedoen aan het Groot Nationaal Onderzoek. Pijn hangt ook af van de context. Na een mislukte operatie, of met een slecht humeur ervaar je meer pijn. Vrijwel al het pijnonderzoek tot nu toe is gedaan in ziekenhuizen, bij mensen die al veel pijn hebben.


Vragenlijst 

Bij het Groot Nationaal Onderzoek gaan de onderzoekers een stapje verder en bekijken ze hoe pijngevoelig de Nederlandse populatie is. Hierin wordt pijn gemeten aan de hand van een vragenlijst die mensen thuis achter hun computer in kunnen vullen. 


“Omdat mensen het thuis kunnen invullen, meten we hoe mensen hun pijn ook echt in het dagelijks leven ervaren,” aldus hoofdonderzoeker Monique Steegers.

 

Met de resultaten hopen de onderzoekers uiteindelijk een betere pijnbehandeling te vinden voor pijn in het algemeen, maar zeker voor patiënten met chronische pijn. Eind november zijn de eerste resultaten in de uitzending van De Kennis van Nu te zien. Als je ook wilt weten hoe pijngevoelig je bent, ga dan naar de website van De Kennis van Nu en draag bij aan het Groot Nationaal Onderzoek naar pijn:  www.dekennisvannu.nl/gnopijn



Inspectie doet onderzoek naar röntgenfoto’s bij tandarts


De Inspectie voor de Gezondheidszorg bezoekt de komende maanden een groot aantal tandartsen om te onderzoeken of zij voldoen aan de regels voor het maken van röntgenfoto’s.

sdf 

De sector mondzorg maakt jaarlijks tussen de zeven en negen miljoen röntgenfoto’s. Om deze te mogen maken, moet men voldoen aan wet- en regelgeving, zoals de Kernenergiewet, het Besluit Stralingsbescherming en de richtlijn Stralingsbescherming van de KNMT.

In het toetsingskader Werken met radiologie in de mondzorg staat waar de inspecteurs naar kijken. Mocht er tijdens het bezoek reden zijn tot een uitgebreidere inspectie, dan doet de inspecteur dat. De inspectierapporten van deze bezoeken zullen volgens het huidige openbaarmakingsbeleid openbaar worden gemaakt.




Effecten

Röntgenstraling kan nadelige effecten hebben. De straling van één röntgenfoto is klein, maar in totaal worden er veel röntgenfoto’s gemaakt bij de tandarts. Uit het toezicht blijkt dat lang niet alle tandartsen die röntgenfoto’s maken, scholing


hebben gevolgd of aan de overige gestelde eisen hebben voldaan. Om deze reden heeft dit onderwerp prioriteit gekregen en zal tijdens inspecties hier nadrukkelijk aandacht aan worden besteed.

sdfasdf

Openbaar

Door een wijziging in de Gezondheidswet kan de inspectie steeds meer (toezichts)gegevens openbaar maken. De inwerkingtreding van de aangepaste Gezondheidswet is gepland op 1 januari 2018. Vanaf dat moment gaat de inspectie fasegewijs steeds meer (toezicht)informatie openbaar maken. De openbaarmaking gebeurt via de website van de IGZ. De inspectie werkt op dit moment aan het aanpassen van haar systemen en werkwijzen zodat openbaar gemaakte documenten voldoen aan de eisen van de gewijzigde Gezondheidswet. 14 april 2017


Zorg betaalt miljoenen te veel voor orthopedische implantaten


De zorg kan 28 miljoen euro besparen op implantaten als orthopedisch specialisten vaker zouden overstappen naar een ander merk op basis van een objectieve vergelijking van producten en als ziekenhuizen op grotere schaal samen zouden inkopen.

 

Dat blijkt uit een marktanalyse van orthopedische implantaten door Intrakoop, de inkoopcoöperatie van de zorg. Uit de analyse blijkt dat ziekenhuizen tot twintig procent kunnen besparen op orthopedische implantaten, zoals knieën en heupen. Medisch specialisten blijken nog onvoldoende bereid om van merk te wisselen.


Dit wordt mede ingegeven door het feit dat zij onvoldoende inzicht krijgen in kosten, kwaliteit en mogelijkheden van alternatieve keuzes. Door fusies en overnames wordt de huidige markt van orthopedische implantaten wereldwijd gedomineerd door vier leveranciers. De winstmarges van leveranciers van knie- en heupimplantaten zijn van 13 procent in 2005 gestegen naar ruim 21 procent. Frank Kaptein, directeur van Intrakoop: “De leveranciers hebben de macht in handen. De prijsverschillen tussen Nederlandse ziekenhuizen voor een implantaat lopen op tot 22 procent, vaak ook bij dezelfde leverancier. In vergelijking met Duitsland betalen ziekenhuizen soms tot 52 procent meer”.




De besparing geldt niet alleen voor de markt van knie- en heupimplantaten. Ook op andere medische hulpmiddelen zoals pacemakers kunnen miljoenen euro’s worden bespaard. Recent bleek uit een rapport van Gupta Strategists dat 1,8 miljard van de 7 miljard euro winst in

de zorg gaat naar fabrikanten van medische hulpmiddelen en apparatuur. Voorwaarde is transparantie in de markt om een objectieve vergelijking van producten en bijbehorende diensten door medisch specialisten mogelijk te maken. Kaptein: “Aan de hand van benchmarks kunnen kostprijsverschillen inzichtelijk worden gemaakt. Deze marktanalyse draagt bij aan het creëren van transparantie voor ziekenhuizen. Ondertussen zorgt de vereniging voor orthopedisch specialisten (NOV) mede dankzij de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI) voor een steeds beter beeld van de kwaliteit van implantaten, die op die manier meetbaar wordt.” 3 april 2017



Steeds vaker lichte narcose

in Meander Medisch Centrum

Het Meander Medisch Centrum in Amersfoort past bij een behandeling of een ingreep steeds vaker sedatie toe. In de volksmond staat sedatie bekend als een roesje.

 

Het voordeel van sedatie is dat patiënten niet bang hoeven zijn voor pijn tijdens een behandeling of een ingreep. Meander Medisch Centrum speelt met het opleiden van zogenoemde sedatiepraktijk-specialisten in op de toenemende vraag. “Het mooie hiervan is dat je een patiënt op een prettige manier door een vervelend moment kan helpen,” zegt Jan Witte. Hij krijgt als eerste zijn diploma voor sedatiepraktijkspecialist met het keurmerk van het College Zorg Opleidingen (CZO). De nieuwe CZO-erkenning voor deze opleiding onderstreept het toenemende belang van pijnstilling bij ingrepen buiten de operatiekamer.

 

Stuurbaar

“Wij werken gewoonlijk op de operatiekamer om te assisteren bij de anesthesie. Voor de sedatie komen we in actie waar de behandelende specialist onze specifieke kennis nodig heeft," zegt Jan Witte.





Hij vervolgt: "Mensen met ernstige wonden en brandwonden, die een verwisseling van het verbandmateriaal krijgen, kunnen wij helpen door deze manier van pijnbestrijding”.


Fit

Jan Witte: “Bij sedatie wordt gebruikgemaakt van sterke middelen die qua diepte goed stuurbaar zijn en die ook snel uitwerken Hierdoor ervaart de patiënt de behandeling niet bewust en is er geen reactie op de pijn, terwijl patiënt een uur later toch fit genoeg is om weer naar huis te gaan. Sedatie is voor steeds meer ingrepen buiten de operatiekamer mogelijk, zowel behandelende dokters als patiënten vragen er ook naar.” 27 februari 2017



Groot onderzoek naar

slapen in ziekenhuizen

 

VUmc en Erasmus MC zijn op initiatief van acute internisten een grootschalig onderzoek gestart naar slapen in ziekenhuizen.


In veertig ziekenhuis hebben zo’n tweeduizend patiënten op verpleegafdelingen vorige week vragenlijsten ingevuld. De vragen hadden betrekking op de kwaliteit van de slaap in de afgelopen nacht. Om de resultaten niet te beïnvloeden is het onderzoek op een onverwacht moment gehouden. De resultaten van het onderzoek worden over enkele maanden verwacht.

 

Hard nodig

Tot op heden is er weinig onderzoek gedaan naar de kwaliteit van slaap. De verwachting is dat mensen in het ziekenhuis slechter slapen dan thuis maar welke factoren hieraan bijdragen is niet bekend.

Hoofdonderzoeker Nanayakkara: “Doorgaans maken we mensen vroeg wakker omdat er vóór het ontbijt metingen gedaan moeten worden, dus omdat het handig is vanwege de werkprocessen in het ziekenhuis. Zieke mensen hebben hun slaap juist hard nodig.” 27 februari 2017



Alzheimer-onderzoek

met tweelingen 


Professor Philip Scheltens van het VUmc Alzheimercentrum heeft deze week van collega-wetenschappers een bedrag van 100.000 euro gekregen voor zijn onderzoek naar het alzheimereitwit tau bij tweelingen.

 

Tweelingen vormen een belangrijke bron van informatie voor het onderzoek naar Alzheimer. Omdat zij voor honderd procent hun erfelijk materiaal delen, kan verschil in ontwikkeling alleen ontstaan door niet-erfelijke factoren, zoals bijvoorbeeld leefstijl.



Dat geldt dus ook voor de stapeling van eiwitten in de hersenen. Het amyloïd- en tau-eiwit spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van de ziekte van Alzheimer.


PET-scanner

Om beter inzicht te krijgen in het ontstaan van de ziekte willen VUmc-onderzoekers meten hoe deze twee eiwitten zich in de hersenen opstapelen. Voor het eiwit amyloïd is dat al door VUmc gedaan met behulp van een PET-scanner, waarmee het eiwit zichtbaar kan worden gemaakt in de hersenen.



Tijdens het onderzoek gaan gezonde eeneiige tweelingen onder de PET-scanner. Scheltens: “Gezonde tweelingen krijgen een PET-scan, zodat we de samenklontering van het eiwit tau in de hersenen kunnen bepalen. De nieuwe studie geeft ons de unieke kans om de rol van tau in de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer te onderzoeken”.


Medicatie

De resultaten van het tweelingenonderzoek kunnen uiteindelijk gebruikt worden voor het opzetten van preventiestudies en als aanknopingspunten dienen voor medicijnontwikkeling. De tweelingparen zijn afkomstig uit het bestand van het Nederlandse Tweelingen Register. 31 januari 2017



Binnen één dag second opinion bij hersentumor

 

Het VUmc Hersentumorcentrum Amsterdam opent deze week een second opinion spreekuur voor patiënten met een hersentumor.

 

Patiënten kunnen binnen één dag een volledige screening en advies krijgen over hun medische behandeling. “Als expertisecentrum zien wij het als onze taak om ook patiënten van andere ziekenhuizen een behandeladvies te kunnen bieden, als daar behoefte aan is bij de patiënt of de behandelend neuroloog. De diagnose roept namelijk veel onzekerheid op bij zowel patiënten als hun familieleden,” zegt Vandertop, hoofd neurochirurgie. 31 januari 2017



Eigen bijdrage langdurige zorg minder gestegen dan verwacht

 

De eigen bijdrage in de langdurige zorg is in de periode van medio 2013 tot medio 2015 voor alle groepen gestegen met gemiddeld twaalf euro per vier weken. Deze stijging is volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek minder dan verwacht.

 

De beperkte stijging komt volgens staatssecretaris Van Rijn door gemeentelijk beleid bij lagere inkomens en een kleinere zorgvraag van hogere inkomens. Vanaf 2014 is de Wet tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) komen te vervallen en is de gemeente verantwoordelijk voor het compenseren van minima en chronisch zieken.


Onderzoek CBS

Het CBS heeft onderzocht voor wat mensen uit huishoudens met leden van 18 jaar en ouder feitelijk betalen voor zorg zonder verblijf uit




de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Algemene Wet bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het onderzoek omvat alle huishoudens met volwassenen die vanaf juli 2013 tot en met juli 2015 onafgebroken thuis gebruik maakten van zorg.


Volgen

Van Rijn: “Uit dit onderzoek haal ik twee signalen. Eén: gemeenten compenseren minima en chronisch zieken voor zorgkosten. Twee: mede omdat 2015 een overgangsjaar was, is het van belang de eigen betalingen te blijven volgen”. 25 januari 2017



Drie ton subsidie voor driejarig onderzoek naar slokdarmkanker

 

Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven krijgt van KWF Kankerbestrijding een subsidie van drie ton voor onderzoek naar slokdarmkanker.

 

In het onderzoek wordt gekeken of het herstel van patiënten na een slokdarmkankeroperatie verbetert door vroege voeding via de mond. Het onderzoek wordt geleid door oncologisch chirurg Misha Luyer en arts-onderzoeker Gijs Berkelmans van het Catharina Ziekenhuis. De studie heeft een looptijd van drie jaar.

 

Niet-academisch

De behandeling van slokdarmkanker bestaat uit bestralingen en chemotherapie gevolgd door een operatie. Er is een aantal manieren om het herstel na deze operatie te versnellen. Zo gebeurt de operatie in het Catharina Ziekenhuis via een kijkoperatie. KWF geeft zelden een subsidie aan een niet-academisch ziekenhuis. 25 januari 2017



Zorg en ondersteuning voor twee miljoen Nederlanders


Zo’n twee miljoen Nederlanders hebben in 2015 zorg en ondersteuning gekregen. Dat is ongeveer vijftien procent van het aantal volwassenen die zelfstandig wonen. Dat meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

 

Zorg en ondersteuning bestaat uit hulp bij dagelijkse handelingen, zoals het doen van het huishouden, het zichzelf aan- en uitkleden of het verzorgen van wonden. De ontvangen zorg en ondersteuning kwam vooral van mensen uit het sociale netwerk, zoals de partner, volwassen kinderen, ouders, buren, vrienden of vrijwilligers. Ongeveer negen procent van de Nederlanders ontvangt deze informele hulp. Particulier gefinancierde hulp komt minder vaak voor. Ongeveer drie procent maakt hiervan gebruik.


Huishoudelijke hulp

De zorg en ondersteuning werd voornamelijk gegeven aan mensen met ernstige

lichamelijke beperkingen, ouderen, alleenwonenden en mensen met een laag inkomen. Hulp in het huishouden is het type hulp dat het meest wordt ontvangen, elf procent. Persoonlijke verzorging en begeleiding (beide vier procent) en verpleging (twee procent) krijgen Nederlanders beduidend minder vaak.




Met ingang van 2015 is de verantwoordelijkheid van gemeenten voor zorg en ondersteuning uitgebreid. Mensen kunnen onder meer terecht bij het Wmo-loket van de gemeente voor de aanvraag van huishoudelijke hulp, begeleiding, woningaanpassingen, hulpmiddelen en vervoer. 


Ongeveer zestig procent van de Nederlandse 18-plussers kent het Wmo-loket en ongeveer vijf procent heeft ook daadwerkelijk contact gehad. Zowel de bekendheid van het loket als het contact ermee is het grootst onder mensen met beperkingen en ouderen.

 

Meer zorg

Overigens geeft acht procent van de bevolking aan behoefte te hebben aan meer zorg en ondersteuning. Er is vooral behoefte aan meer hulp bij het huishouden en aan begeleiding. Twee derde van hen ontvangt al een vorm van zorg en ondersteuning. 23 januari 2017



VGN luidt de noodklok

 

Door bezuinigingen op vervoer van en naar dagbesteding krijgen gehandicapten steeds vaker te maken met onacceptabele situaties. Dat zegt de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland.

 

De bezuinigingen leiden tot tekorten die worden opgevangen door te bezuinigen op begeleiders. Die tekorten zijn sinds de bezuinigingen in 2013 opgelopen tot tientallen miljoenen. De VGN vindt dat er een grens is bereikt en heeft deze week tijdens een hoorzitting bij de Tweede Kamer gepleit voor invoering van kostendekkende vervoerstarieven. 


In Nederland hebben dagelijks circa 60.000 mensen met een beperking vervoer nodig van en naar dagbesteding. 




a

De bezuiniging in 2013 op vervoer was fors: bijna vijftig procent, waardoor de vergoeding onder de kostprijs kwam te liggen. De sector heeft in de afgelopen vier jaar veel gedaan om die bezuiniging zelf op te vangen. Door meer gehandicapten tegelijk te vervoeren en het schrappen van begeleiders op de bussen kon lang stand worden gehouden. Maar inmiddels zijn tientallen vervoerders failliet gegaan. 20 januari 2017



Nieuwe behandeling

Hepatitis in basispakket

           

Een nieuwe behandeling tegen chronische hepatitis C met het geneesmiddel Zepatier (elbasvir en grazoprevir) wordt met ingang van dit jaar vergoed vanuit het basispakket.

 

Minister Edith Schippers heeft dat eind vorig jaar besloten nadat ze met de fabrikant onderhandeld heeft over de prijs van het nieuwe middel. Het middel is bestemd voor patiënten met chronische hepatitis C, geïnfecteerd met virus genotype 1 en 4 (60 procent van de patiënten), en wordt vergoed voor patiënten in alle ziektestadia.

 

Klachten

Chronische hepatitis C is een ziekte die in veel gevallen pas na vele jaren tot klachten leidt, zoals levercirrose



en bij een klein percentage ook tot leverkanker. Door de komst van de nieuwe medicijnen is de behandeling effectiever geworden. Bestaande en intensieve therapieën zijn overbodig geworden en er kunnen meer patiënten geholpen worden.


Twintigste keer

Gezien de hoge kosten van de nieuwe hepatitis C geneesmiddelen adviseerde het Zorginstituut Nederland aan minister Schippers om ook voor dit geneesmiddel te gaan onderhandelen met de fabrikant over de prijs.


Het positieve resultaat van de onderhandelingen zorgt ervoor dat de extra uitgaven aan dit geneesmiddel wederom lager uitvallen. Het is de twintigste keer dat de minister met succes onderhandeld heeft over de vergoeding van medicatie. 20 januari 2017



NVPC en NVvH berekenen totale kosten van handletsel jaarlijks op ruim half miljard euro

 

‘Onvoldoende kennis bij behandeling acute hand- en polsletsels’


Zorgverleners op de spoedeisende hulp (SEH) hebben nog steeds onvoldoende kennis om acute hand- en polsletsels adequaat te behandelen. Dat meent de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) en de Nederlandse Vereniging voor Handchirurgie (NVvH) op basis van een analyse van schadeclaims.

 

In de analyse van beide verenigingen gaat het om schadeclaims die in de periode 2008 tot en met 2014 zijn ingediend met betrekking tot hand- en polsletsels bij MediRisk. Bij deze verzekeraar voor medische aansprakelijkheid is zeventig procent van de Nederlandse ziekenhuizen aangesloten.


Uit de analyse blijkt dat in de afgelopen jaren – ondanks eerdere maatregelen om de kennis van behandelaars te verhogen – het aantal erkende claims niet is afgenomen. Een verkeerde diagnose of behandeling kan de herstelperiode van de patiënt onnodig          verlengen of zelfs leiden tot permanente schade en blijvende arbeidsongeschiktheid. Bovendien kost het de maatschappij honderden miljoenen aan zorgkosten en verlies van arbeidsproductiviteit.


Half miljard

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat de totale kosten van handletsel worden becijferd op ruim een half miljard euro per jaar.


De NVPC en de NVvH onderstrepen daarom de noodzaak om meer te investeren in kennis over hand- en polsletsels op de SEH.




Een derde

Hand- en polsletsels zijn veel voorkomende letsels op de spoedeisende hulp.


Bijna een derde van alle lichamelijke letsels op de SEH zijn hand- of polsletsels, met als meest voorkomende diagnoses polsfractuur (zeven procent), fractuur hand/vinger (zeven procent) en open wond hand/vinger (vijf procent).

 

Boekje

Op basis van eerder onderzoek zijn er destijds initiatieven genomen om de kwaliteit van zorg op de SEH te verbeteren. Zo werden in 2005 door MediRisk en de Nederlandse Vereniging voor Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) de handletselkaart en het handletselboekje in het leven geroepen om behandelaars beter te informeren over de behandeling van hand en pols. 13 januari 2017



Samenwerking bij hoogcomplexe zorg

 

De directies van het Martini Ziekenhuis in Groningen (MZH), het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) en het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), hebben een intentieverklaring ondertekend om verdergaand samen te werken op het gebied van complexe zorg.

 

Het gaat daarbij om medisch specialistische hoogcomplexe interventies waarvoor een minimaal aantal ingrepen vereist is en waarvan de expertise beperkt beschikbaar is. De komende maanden worden de intenties verder uitgewerkt in nauwe samenwerking met betrokkenen, zoals de medisch specialisten van de drie ziekenhuizen.


Noorden

Het UMCG, MCL en Martini willen graag de voorhoedepositie kiezen met patiëntgericht wetenschappelijk onderzoek, topklinische zorg en opleiding. De intentieverklaring komt voort uit de gedeelde overweging dat de kwaliteit van zorg in de drie ziekenhuizen van hoog niveau is en dat alle partijen deze hoogcomplexe zorg willen behouden in het noorden van Nederland.

 

Voortouw

De samenwerking is in het belang van de inwoners van de noordelijke provincies en een belangrijke motor voor de noordelijke (zorg)economie. De ziekenhuizen nemen met deze intentieverklaring het voortouw voor de organisatie, toegankelijkheid en doelmatigheid van de zorg in de provincies Friesland, Groningen en Drenthe. 9 januari 2017



Grotere rol van patiënt en cliënt in het toezicht

 

Patiënten en cliënten krijgen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) een steeds grotere rol in het toezicht.





Zo zet de Inspectie sinds vorig jaar patiënten, familie en mantelzorgers in als ervaringsdeskundigen bij inspectiebezoeken. Enkele jaren geleden had onder andere de Nationale Ombudsman kritiek op de werkwijze van de IGZ. Mede daarom plaatst de inspectie het belang van de patiënt en zijn naasten tegenwoordig meer op de voorgrond. Zo gebruikt de inspectie een methode waar de inspecteur tijdens een bezoek de omgang van de zorgverlener met de patiënt observeert. Ook gesprekken met mantelzorgers of cliëntenraden kunnen onderdeel zijn van een inspectiebezoek. 


Werkplan

In het werkplan voor het komend jaar staat hoe de IGZ verdergaat op deze weg. Binnenkort stuurt de minister van VWS het Werkplan IGZ 2017 naar de Kamer. 9 januari 2017



Minimaal veertien beschadigde ogen in Oogziekenhuis Rotterdam door vuurwerk


Rotterdam – Het Oogziekenhuis Rotterdam heeft tijdens Oud en Nieuw veertien slachtoffers met oogletsel behandeld. De helft van de letsels is blijvend.

 

De meeste letsels zijn veroorzaakt door legaal siervuurwerk. De helft van de slachtoffers was omstander en is geraakt door rondvliegend vuurwerk. Geen enkel slachtoffer had een vuurwerkbril op. Onder deze slachtoffers bevinden zich geen kinderen van onder de 12 jaar.

 

Verwijderd

Voor de patiënten betekent blijvend letsel dat zij verminderd zicht hebben, dat zij blijvend blind worden aan een

van de ogen of dat zelfs de ogen of het oog operatief verwijderd moet worden.




Op nieuwjaardag zijn de eerste drie operaties uitgevoerd om de schade aan de ogen te herstellen. Aangezien gedurende de eerste dagen van het 

nieuwe jaar nog vele slachtoffers uit het gehele land binnenkomen, loopt het aantal slachtoffers binnen Het Oogziekenhuis zeker nog verder op.


Manifest

“De ernst van de letsels is dit jaar helaas gelijk aan vorig jaar. Deze jaarwisseling toont zodoende wederom aan dat we moeten stoppen met consumentenvuurwerk. Ik hoop dan ook dat veel mensen na deze nacht ons vuurwerkmanifest op vuurwerkmanifest.nl ondertekenen," zegt Tjeerd de Faber, oogarts in Het Oogziekenhuis Rotterdam en vuurwerkwoordvoerder van Het Nederland Oogheelkundig Gezelschap.


Landelijke cijfers

Tijdens deze jaarwisseling registreren oogartsen voor de negende maal het aantal en de ernst van oogletsels veroorzaakt door consumenten-vuurwerk. Deze registratie wordt uitgevoerd op initiatief van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG). De laatste acht jaar zagen de oogartsen in totaal 1921 patiënten met 2340 beschadigde ogen. 816 ogen hebben blijvende schade opgelopen, 149 ogen werden blind waarvan er 64 niet meer te redden waren en zijn verwijderd. Circa vijftig procent van de patiënten was omstander en stak zelf dus geen vuurwerk af, maar werd wel slachtoffer. 2 januari 2017



Spoedcursus met oog

op terreuraanslagen

 

Het VUmc in Amsterdam is gestart met twee gecertificeerde cursussen die burgers en niet-medische hulpverleners leert levensbedreigende bloedingen te stelpen na een aanslag.


Initiatiefnemer van de cursus Stop de bloeding – red een leven is Leo Geeraedts. Deze traumachirurg was voorheen arts bij een Mobiel Medisch Team. Omstanders, bhv’ers, politie en brandweer zijn de eerste hulpverleners die bij terreuraanslagen levensreddende handelingen kunnen verrichten bij slachtoffers met grote bloedingen, door deze te stelpen. Weinigen weten echter hoe grote bloedingen gestelpt moeten worden, terwijl dat niet heel ingewikkeld is.




Er zijn twee cursussen ontwikkeld: één voor instructeurs en één voor burgers. De basiscursus die zo'n drie uur duurt, zorgt ervoor dat bij terreuraanslagen of ongevallen omstanders, politie en brandweer direct levensbedreigende bloedingen kunnen stelpen.

 

Stop de bloeding is opgezet door de Sectie Traumachirurgie van VUmc, het Netwerk Acute Zorg Noordwest en VUmc Academie. 19 december 2016



Ziekenhuizen delen vuurwerkbrillen uit

 

Burgemeester Aboutaleb heeft vorige week samen met oogarts Tjeerd de Faber van Het Oogziekenhuis Rotterdam vuurwerkbrillen uitgedeeld aan kinderen van een basisschool in Rotterdam.


In totaal worden in Rotterdam en omgeving veertig duizend vuurwerkbrillen uitgedeeld op ruim tweehonderd scholen. Ook ziekenhuis Tjongerschans in Heerenveen deelt gratis vuurwerkbrillen uit aan bezoekers van het ziekenhuis. 


Bij de laatste jaarwisseling raakten in Nederland zeven kinderen gewond aan hun ogen door vuurwerk.




"Dit letsel had voorkomen kunnen worden als een vuurwerkbril was gedragen,” zegt burgemeester Aboutaleb over de gewonden.

Oogarts Tjeerd de Faber maakt zich al jarenlang hard voor een verbod op consumentenvuurwerk. Zolang er geen verbod is, roept hij iedereen op om een vuurwerkbril op te zetten. Het zou volgens hem net zo logisch moeten zijn als het dragen van een autogordel. 19 december 2016



Half miljoen euro voor onderzoek naar ouderen in verpleeghuizen


Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) gaat onderzoek doen naar ouderen in verpleeghuizen. Het krijgt daarvoor een half miljoen euro subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


De onderzoekers pluizen bijvoorbeeld uit of ouderen in verpleeghuizen zich beter voelen als ze dagelijks even onder de zonnebank liggen of als ze juist paracetamol slikken. 

“Volgens de gezondheidsraad moeten ouderen vitamine D gebruiken, om dit voldoende binnen te krijgen. Dat kan met behulp van pillen, maar ook door het gebruik van een zonnebank. Deze ouderen krijgen dan ook een iets bruinere huid, waar ze misschien complimenten over krijgen,” zegt hoogleraar institutionele zorg en ouderengeneeskunde Wilco Achterberg. Ook wordt onderzocht wat het effect is van paracetamol.




“Het doel van het onderzoek is om de kwaliteit van de langdurige zorg te verbeteren. Het zijn allemaal lopende onderzoeken waarin het ministerie investeert,” zegt Achterberg, die ook voorzitter is van het Universitair Netwerk voor de Care sector Zuid-Holland (UNC-ZH).

In dit netwerk werken het LUMC en tien andere zorginstellingen samen. De ruim een half miljoen euro gaat naar dit netwerk, dat het geld gaat investeren in het stimuleren en versterken van wetenschappelijk onderzoek in verpleeghuizen.

 

Digitaal platform

De subsidie wordt ook gebruikt om een digitaal platform op te richten om de revalidatie van ouderen onder de loep te nemen. Dat plan lag er al een tijd, maar nu is er het geld om het daadwerkelijk uit te voeren, aldus Achterberg. 


“Zorginstellingen hanteren nu verschillende methodes om bij te houden hoe het met de revalidatie van een patiënt gaat die bijvoorbeeld een heup heeft gebroken. Nu willen we één methode instellen, zodat we de data onderling kunnen vergelijken.” 14 december 2016



Meldcode mishandeling nu ook in verpleegzorg 

 

De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat toezicht houden op het gebruik van de meldcode huiselijk geweld en mishandeling van volwassenen in de verpleegzorg.

asdf 

Sinds jaar en dag besteedt de inspectie aandacht aan het gebruik van de meldcode kindermishandeling. De verbreding van de meldcode naar huiselijk geweld en mishandeling van volwassenen is volgens hoofdinspecteur Anja Jonkers helaas nodig: "Zeker ouderen zijn regelmatig slachtoffer van mishandeling. Het komt vaker voor dan ons lief is. Naar schatting worden jaarlijks 200.000 ouderen boven de 65 jaar mishandeld”.



asdf

Afsnauwen

Onder ouderenmishandeling valt lichamelijke mishandeling, zoals slaan, knijpen of vastbinden en psychische mishandeling zoals weghouden van bezoek en post, pesten, bedreigen, afsnauwen of uitschelden. Ook seksueel misbruik of geweld zoals gedwongen seksuele handelingen uitvoeren, ondergaan of daarvan getuige zijn en diefstal van geld of eigendommen worden gerekend onder mishandeling.


Telefoon

De inspectie gaat het gebruik van de meldcode in de verpleegzorg telefonisch controleren. Jonkers: “Zo kunnen we snel veel instellingen bereiken. We vragen of we een medewerker die direct contact heeft met cliënten aan de telefoon kunnen krijgen. Met onze vragen krijgen wij snel zicht of zij voldoende getraind zijn in het herkennen van mishandeling. We vinden vooral belangrijk dat juist de medewerkers die direct contact met de cliënt hebben hierin goed zijn getraind. We doen dit toezicht niet alleen in de verpleging en de verzorging, maar ook bij de eerste hulp, huisartsen, zelfstandige psychiaters en psychologen, ggz- en gz-instellingen en tandartsen. We vinden het als inspectie heel belangrijk dat er genoeg aandacht is voor dit onderwerp”. 7 december 2016


 

'Zorgakkoorden leveren inhoudelijk niets op'

 

De zorginhoudelijke afspraken van de hoofdlijnenakkoorden curatieve zorg hebben tot nu toe vrijwel niets opgeleverd. Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een rapport.

  

De beheersing van de zorguitgaven is het belangrijkste doel van het akkoord van VWS met de curatieve zorg. De zorginhoudelijke afspraken komen echter niet van de grond, waardoor het risico op wachtlijsten toeneemt. Schippers schrijft in een reactie op het rapport dat van meet af aan duidelijk was dat de inhoudelijke afspraken niet tot onmiddellijke financiële resultaten zouden leiden, maar wel hebben geleid tot een cultuuromslag. 7 december 2016



'Kraamverlof voor partner van moeder nog niet uitbreiden naar acht dagen'


De Raad van State adviseert de regering het kraamverlof voor de partner van de moeder vooralsnog niet uit te breiden. Nu heeft de partner recht op vijf dagen verlof. De regering wil dit met ingang van 2019 met drie dagen verlengen.

 

De werkgever betaalt het loon over de huidige twee dagen door. De partner heeft aansluitend op die twee dagen nog recht op drie dagen ouderschapsverlof. Of tijdens het ouderschapsverlof het loon wordt doorbetaald hangt af van de cao-afspraken in de desbetreffende sector of onderneming of van het beleid van de werkgever. Het wetsvoorstel breidt het kraamverlof van de partner van de moeder uit naar acht dagen. Doel hiervan is om de band tussen de partner en het kind te versterken. De werknemer zou over de voorgestelde drie extra dagen kraamverlof een uitkering van het UWV moeten krijgen.





Onderzoek SER

De Raad van State vindt dat het wetsvoorstel voor de werknemer een beperkte aanpassing van het bestaande stelsel betekent. 

Bovendien loopt er een onderzoek van de SER naar verschillende varianten van voldoende zorg van de ouder voor het kind in het eerste levensjaar. Met het voorstel van de regering wordt vooruitgelopen op het aangekondigde vervolgonderzoek van de SER en de afweging tussen de verschillende varianten. Bij deze afweging moet bovendien aandacht worden besteed aan de positie van zelfstandigen.

 

Uitvoering

Het voordeel voor de werknemer staat volgens de Raad van State niet in verhouding tot de kosten die de uitvoering van het voorstel met zich meebrengt. Alleen de eerste twee dagen van het kraamverlof betaalt de werkgever immers aan zijn werknemer. Als de werknemer de extra dagen kraamverlof wil opnemen, moet de werkgever een aanvraag indienen bij het UWV. Het UWV betaalt de uitkering aan de werknemer. 28 november 2016



Werknemers in de zorg vinden werkdruk bovengemiddeld hoog


Werknemers in de gezondheidszorg ervaren een bovengemiddeld hoge werkdruk. Ook geven zij aan minder ruimte te hebben hun werkzaamheden naar eigen inzicht in te richten. Bovendien is de emotionele belasting er hoger dan gemiddeld. Dit blijkt uit cijfers van het CBS en TNO.

 

De helft van de werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg zei vorig jaar vaak heel veel werk te moeten verzetten. Verder zei 43 procent vaak erg snel te moeten werken en 35 procent moest vaak extra hard werken.




Onder alle werknemers samen liggen deze percentages een stuk lager. Van de 1,2 miljoen werknemers in de zorg zijn er 480 duizend actief in de gezondheidszorg. In de verzorging en welzijn, zoals in verpleeg- en

verzorgingshuizen, de thuiszorg en de kinderopvang, zijn 680 duizend mensen in dienst. Meer dan tachtig procent van de werknemers is vrouw.


Weinig autonomie

Een hoge werkdruk kan tot lichamelijke of psychische klachten leiden en daarmee tot verzuim. Een belangrijke factor om dat te voorkomen, is de mate waarin men zelfstandig en naar eigen inzicht het werk kan inrichten. In de gezondheids- en welzijnszorg is de mate van autonomie betrekkelijk laag. Het percentage werknemers dat zegt het eigen werktempo te kunnen bepalen, is met 46 procent

een stuk kleiner dan bij alle werknemers samen: 57 procent.


Ook steun van leidinggevenden en collega’s kan werknemers helpen om te gaan met de eisen die het werk stelt. De leidinggevenden hebben dan oog voor het welzijn van de medewerkers en de collega’s tonen belangstelling. Sociale steun ervaren werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg even veel als gemiddeld. In de gezondheids- en welzijnszorg is de emotionele belasting het hoogst van alle bedrijfstakken. Meer dan een kwart noemt het werk emotioneel veeleisend, ruim twee keer zo vaak als gemiddeld. 16 november 2016



Sneller diabetes bij mensen met ernstig overgewicht


Van mensen met obesitas heeft bijna zeventien procent ook suikerziekte. Bij mensen zonder ernstig overgewicht is dat in drie procent het geval. Dat blijkt uit een enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2015.

 

In de enquête is mensen gevraagd of ze suikerziekte hebben. Ook is gevraagd naar lichaamslengte en lichaamsgewicht. Uit deze rondgang van het CBS blijkt dat twaalf procent van de mensen in Nederland te kampen hebben met ernstig overgewicht. Obesitas is, evenals ongezonde voeding, roken en lichamelijke inactiviteit, een risicofactor voor het krijgen van diabetes. Het gaat daarbij voornamelijk om ouderdomsdiabetes, diabetes type 2.

 

Diabeet

4,8 procent van de Nederlanders heeft suikerziekte. In 2001 was dit nog 2,8 procent. Dit komt bijna geheel door de stijging van ouderdomsdiabetes.


(video CBS)


Deze vorm van suikerziekte komt bijna vier keer zo vaak voor als het zogenoemde diabetes type 1. Mannen geven iets vaker dan vrouwen aan dat ze diabetes type 2 hebben.


Medicijngebruik

Uit de registratiegegevens over verstrekkingen van geneesmiddelen over 2014 blijkt dat 800.000 mensen in dat jaar een diabetesmiddel kregen.


Het aantal diabetespatiënten dat bij de huisarts loopt, ligt echter hoger: bijna 1,1 miljoen in 2014. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat niet iedereen met diabetes daarvoor ook medicijnen gebruikt.

 

Europa

Vergeleken met andere Europese landen heeft Nederland overigens een relatief laag percentage mensen diabetes. Alleen in Roemenië, Zweden, België, Oostenrijk, Denemarken, Letland en Litouwen is het aandeel inwoners van 15 jaar of ouder met diabetes lager dan in Nederland. In Frankrijk is dit aandeel met tien procent het hoogst.


Wat betreft obesitas is de situatie in Nederland nog gunstiger. Alleen in Noorwegen, Roemenië en Italië komt ernstig overgewicht minder vaak voor. Malta voert de Europese lijst aan. Meer dan een kwart van de bevolking van 15 jaar of ouder heeft er obesitas. 12 november 2016


Ziekenhuistarieven

van VGZ openbaar

 

VGZ maakt zijn ziekenhuistarieven openbaar. Het gaat om de tarieven die vallen binnen het maximale eigen risico van 885 euro. Dat heeft de verzekeraar vandaag bekendgemaakt. 


Eerder al liet zorgverzekeraar CZ weten de tarieven openbaar te maken.

 

Ook de waardering van patiënten over hun behandeling in de verschillende ziekenhuizen wordt online gezet. „Tarieven alleen zeggen niet zoveel. Onze klanten vragen ons om meer houvast bij het kiezen van een ziekenhuis,” aldus de verzekeraar. CZ publiceerde de tarieven afgelopen zomer als eerste verzekeraar de tarieven. Of ook andere zorgverzekeraars volgen is niet bekend.





Patiënten kunnen nu vooraf zien wat een ziekenhuisbehandeling kost. Ook kunnen de tarieven van verschillende ziekenhuizen met elkaar worden vergeleken.

a

Belang

Minister Schippers wil al langer dat alle zorgverzekeraars de tarieven bekendmaken die ze met ziekenhuizen afspreken. Dat is volgens haar in het belang van de patiënt. 8 november 2016



Kamervragen over werkdruk huisarts

asd

De SP heeft aan minister Schippes Kamervragen gesteld over de hoge werkbelasting bij huisartsen.


De aanleiding voor de vragen is het besluit van een huisarts in Leiden om geen afvinklijstjes van zorgverzekeraars meer in te vullen. De huisarts heeft dit besluit genomen nadat twee collega's hebben besloten  te stoppen met hun praktijk vanwege de hoge werkdruk. Deze werkdruk wordt volgens hem mede veroorzaakt door de bureaucratie die zijn intrede heeft gedaan. De SP wil dat de minister uitzoekt hoeveel huisartsen voortijdig stoppen en wat de reden daarvan is. Uit onderzoek blijkt dat ruim zeventig procent van de huisartsen overspannenheid bij zichzelf constateert. 8 november 2016   




aasdfdf

Praktijkteam palliatieve

zorg leidt tot verbetering

asdfasdf            

Het praktijkteam palliatieve zorg dat begin dit jaar is ingesteld, leidt volgens staatssecretaris Van Rijn tot landelijke verbeteringen.

 asdfasdf

Inmiddels zijn al ruim honderd meldingen gedaan. Het team bestaat uit ambtenaren, verzekeraars, netwerken, het CIZ en mensen uit de dagelijkse praktijk. Zij lossen knelpunten uit de praktijk op. Meldingen over structurele knelpunten worden gebruikt om te komen tot landelijke oplossingen. 8 november 2016



Nederlandse zorginstellingen verantwoordelijk voor Europees GGZ-project


Arq Psychotrauma Expert Groep, Vrije Universiteit en Interapy B.V. zijn de komende jaren samen met zeven andere Europese partners verantwoordelijk voor het eMEN-project. 


De naam eMEN staat voor e-mental health innovation and transnational implementation center North West EuropeHet project heeft 3,2 miljoen euro subsidie van het Europese programma Interreg gekregen voor het bevorderen van regionale economische ontwikkeling. De deelnemende partijen vullen dit bedrag aan tot 5,2 miljoen euro. Interreg stimuleert het op grotere schaal toepassen van innovatieve en duurzame technologie.


 


Doel van het eMEN-project is om de toegankelijkheid, kwaliteit en kosteneffectiviteit van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) te verbeteren door op grote schaal digitale technologie te implementeren. 

Deze technologie wordt ook wel e-mental health of eGGZ genoemd. Nederland is koploper in Europa op het gebied van eGGZ en daarom trekker van dit project. De andere partners in het eMEN-project zijn zorginstellingen, GGZ belangenorganisaties en onderzoekinstituten in Verenigd Koninkrijk, Ierland, België, Frankrijk en Duitsland.  


Communicatie

De eMEN partners gaan tot 2019 een multidisciplinaire samenwerking aan waarbij wetenschappelijk onderzoek, productontwikkeling, beleidsvorming en -advisering en brede, doelgroepgerichte communicatie gezamenlijk worden opgepakt.


Bredere aanpak

Zorgverleners en consumenten zijn vaak op zoek naar digitale ondersteuning, zowel voor preventie als voor behandeling. Ondanks dat er al veel initiatieven lopen op dit terrein, wordt de bredere aanpak en samenwerking tussen verschillende sectoren en disciplines gemist om deze digitale zorg op afstand voor iedereen en op elk moment beschikbaar te maken. Daarnaast moeten nieuwe vormen van kosteneffectief onderzoek ontwikkeld worden om de kwaliteit van dergelijke eGGZ dienstverlening te toetsen. De ontwikkelingen in de digitale markt volgen elkaar namelijk sneller op dan de huidige onderzoeksmethoden toelaten. 4 november 2016



Alzheimer Nederland maakt dementie voelbaar met korte, aangrijpende film


Alzheimer Nederland voert dagelijks actief lobby voor betere zorg, investeert in wetenschappelijk onderzoek en ondersteunt patiënten en mantelzorgers. Om Nederland te laten weten waarom dat zo belangrijk is, heeft Alzheimer Nederland de dagelijkse realiteit van dementie voelbaar gemaakt met een korte film.

 

Bij de inzet van Alzheimer Nederland staan de behoeften en wensen van mensen met dementie en hun dierbaren centraal. “Wij staan naast mensen met dementie en hun dierbaren. Altijd. Dat is beloofd,” aldus de organisatie. Dementie treft steeds meer Nederlanders. Meer dan 270.000 mensen hebben nu al een vorm van dementie en de voorspellingen laten zien dat dit aantal in de komende jaren toeneemt. Achter ieder van hen gaat een heel leven schuil. Verpakt in herinneringen die er nog zijn, en die levend worden gehouden door vrienden, familie en geliefden.

 

Het hart van de organisatie

Directeur Gea Broekema-Procházka van Alzheimer Nederland: “Het is belangrijk dat Nederland beseft wat de impact van dementie is op het leven".




"En dat iedereen die hiermee te maken heeft de juiste zorg en aandacht verdient. Alzheimer Nederland zet zich daar dagelijks voor in. Wij kennen de verhalen, van mantelzorgers, van mensen met dementie. Het raakt ons steeds weer, recht in het hart. Het is onze drijfveer om er te zijn voor al deze mensen. Om voor hen op te komen als zij dat zelf niet meer kunnen. Maar, dat kunnen wij niet alleen. Vandaar deze film, waarmee wij bewustwording en impact willen creëren.”


Persoonlijk verhaal

“We hebben ervoor gekozen om het gevoel over te brengen in een korte film. Hierin staat het verhaal

centraal van een man die recent de diagnose heeft gekregen. In slechts tachtig seconden wordt de kijker meegenomen in het proces dat veel mensen met dementie doorstaan. Van mooie herinneringen aan vroeger, naar de diagnose die de tijd doet stilstaan, met periodes van verdriet en onzekerheid. Maar ook van hoop en perspectief om ‘nieuwe herinneringen te maken ook als je ze niet meer onthoudt’. Het is een herkenbaar verhaal voor mensen die het is overkomen, en het opent de ogen van veel mensen die nog niet met de ziekte zijn geconfronteerd. Het is het verhaal van Alzheimer Nederland; waarom we er zijn en we doen wat we doen.”

 

Beloofd

Gea Broekema: “Met de film willen we aangeven dat wij er zijn voor iedereen die met dementie te maken heeft. Wij zijn er als er moet worden opgekomen voor betere zorg, wanneer er moet worden geïnvesteerd in wetenschappelijk onderzoek en wanneer de samenleving zelf ook een steentje kan bijdragen aan een dementievriendelijk Nederland. Wij staan naast alle mensen met dementie en hun dierbaren. Dat vergeten we nooit. Dat beloven we”. 1 november 2016



Jeugdhulp voor méér dan kwart miljoen jongeren in eerste helft van 2016


Ruim 287 duizend jongeren hebben in de eerste zes maanden van 2016 jeugdhulp gekregen. Dit is 6,5 procent van de jongeren tot 23 jaar, evenveel als in dezelfde periode van 2015.

 

Bijna een kwart van de doorverwijzingen naar jeugdhulp werd gedaan door de gemeente, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. In 2015 is de jeugdhulp onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten gekomen. Het gaat hierbij om hulp bij psychische of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking of opvoedproblemen van de ouders.

 

Huisarts

De huisarts verzorgde in de eerste helft van 2016 41 procent van alle verwijzingen naar jeugdhulp.

















Daarnaast kwam bijna een kwart bij de jeugdhulpaanbieders binnen via de gemeente. Dit is meer dan een jaar eerder, toen nog 12 procent

van de verwijzingen daarvandaan kwam. Het gaat dan om verwijzingen van de wijk- of buurtteams van de gemeente, maar ook van de politie of vanuit het onderwijs.


Begeleiding

Hoewel gemeenten in 2016 vaker als verwijzer optraden dan in 2015, zijn zij niet vaker de hulpverlener. Wijk- of buurtteams van gemeenten verleenden in de eerste zes maanden van 2016 net zo vaak jeugdhulp als in de eerste helft van 2015. De jeugdhulp die wijk- of buurtteams uitvoeren, is veel meer dan andere hulpvormen gericht op de begeleiding van jongeren en veel minder op behandeling. Behandeling heeft tot doel om een probleem op te lossen of hiermee te leren omgaan, begeleiding richt zich meer op het ondersteunen bij het dagelijks leven. 31 oktober 2016



Ouderenzorg centraal tijdens economische missie naar China 


Staatssecretaris Martin van Rijn leidt de laatste week van oktober een economische missie naar China. Tijdens deze missie staat de ouderenzorg centraal.


De Nederlandse delegatie bestaat uit een kleine twintig bedrijven en kennisinstituten die zich bezighouden met de thema’s ouderenzorg, vitaliteit & mobiliteit.

 

De economische missie bezoekt Shanghai, Beijing en Guangzhou. Van Rijn: “Internationaal staat onze zorg voor ouderen hoog aangeschreven". 


"Ook vanuit China wordt met belangstelling gekeken naar hoe wij dat in Nederland hebben georganiseerd. Dat is de aanleiding geweest om deze missie te organiseren. Ik zie er naar uit om samen met de meereizende bedrijven en kennisinstituten iets te vertellen over onze ervaringen en de dagelijks praktijk. En tegelijkertijd weet ik ook zeker dat wij op onze

beurt zullen leren van onze Chinese gastheren en -vrouwen".


Samenwerking

Staatssecretaris Van Rijn zal tijdens zijn verblijf in China onder meer bezoeken brengen aan Chinese zorginstellingen, seminars over ouderzorg toespreken en zijn Chinese collega bewindspersonen ontmoeten over samenwerking tussen China en Nederland.

 

Groei

De Chinese gezondheidszorg en markt zijn onderhevig aan snelle

veranderingen en sterke groei.


Uitdagingen

Voor het land met de meeste inwoners ter wereld, is het omgaan met de snelle vergrijzing van haar inwoners een van de grootste uitdagingen in de komende jaren. 


Om die ontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden, kijkt China over de grenzen naar kennis en oplossingen op het gebied van langdurige zorg, e-health, thuiszorg, revalidatiezorg en medische apparatuur en hulpmiddelen. 21 oktober 2016



37 grote steden willen meer tempo bij aanpak van personen met verward gedrag


Het kabinet moet veel meer tempo maken met de aanpak van personen met verward gedrag. Die oproep doen de bestuurders van 37 grote gemeenten. Zij ondervinden in toenemende mate overlast van personen met verward gedrag.

asdfdf 

In de 37 gemeenten zijn veelal regionale zorgvoorzieningen geconcentreerd. Daardoor komen daar de problemen samen en moet volgens de bestuurders aan een oplossing worden gewerkt. De gemeenten die zijn verenigd in het zogenoemde G32-netwerk hebben het kabinet in een gezamenlijke verklaring opgeroepen om de Wet verplichte GGD snel in te voeren.



In de Wet verplichte GGZ krijgen gemeenten meer bevoegdheden en instrumenten om de zorg  voor

personen met verward gedrag te verbeteren. Bovendien kunnen zij hiermee overlast en risicovol gedrag van verwarde personen beter aanpakken. Ook willen zij dat de lokale overheid de regio krijgt bij de aanpak omdat zij alle voorzieningen in het oog hebben. Verder willen zij dat er afspraken worden gemaakt over de inzet van de politie over het vervoer van verwarde personen.


Topoverleg

De bestuurders van de G32 willen op korte termijn een bestuurlijk topoverleg met de ministeries Veiligheid en Justitie, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de VNG en de G32 over de aanpak van personen met verward gedrag. 30 september 2016



Maar 2 van de 40 HAP's

nemen tijdig telefoon op


Tijdens een steekproef van de Consumentenbond namen maar 2 van de 40 huisartsenposten (HAP's) op tijd de telefoon op.


De uitkomst van de steekproef is onlangs gepubliceerd in het ledenblad van de consumentenbond. Het onderzoek richtte zich op de telefonische bereikbaarheid van de niet-spoedlijn. Slechts 2 van de 40 huisartsenposten nam steeds binnen twee minuten de telefoon op.


Verder kwam uit het onderzoek naar voren dat bij acht procent van de 800 telefoontjes de bellers langer dan tien minuten moesten wachten.

fsdf 

Streefnorm 

De prestaties van de huisartsen- posten worden jaarlijks gemeten en met elkaar vergeleken. De norm van twee minuten is de landelijk  gemiddelde streefnorm die wordt aangehouden door de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en InEen, de landelijke vereniging van de eerstelijnszorg. Zie ook de rubriek Uitgelicht27 september 2016



Richtlijnen terzijde bij complexe patiënt

 

In de psychiatrische praktijk wordt vooral bij complexe patiënten nogal eens van richtlijnen afgeweken, vaak zonder dat behandelaars dat onderbouwen.

 

Psychiater Esther van Fenema vindt het jammer dat de richtlijnen niet altijd worden gevolgd. Hierdoor is het moeilijk te achterhalen of de richtlijn een toegevoegde waarde heeft. Vorige week is Fenema gepromoveerd op dit thema.


Zij pleit voor kritische herijking van richtlijnen, juist door ze consequent toe te passen. Er is volgens de promovenda ten onrechte weerstand tegen richtlijnen. “Richtlijnen zijn voorschriften waarvan je alleen beredeneerd moet afwijken. Het kan zijn dat richtlijnen niet voldoende effectief  zijn, maar dat weten we pas als we ze toepassen.” 28 september 2016



Landelijke campagne moet taboe op depressie wegnemen


Minister Schippers heeft vandaag een landelijke campagne gestart om depressie bespreekbaar te maken en de kennis over depressies te vergroten.

 

Maar liefst een op de twintig Nederlanders worstelen elk jaar met een depressie. Het is in Nederland de meest voorkomende reden voor ziekteverzuim. Toch is depressie niet of nauwelijks een onderwerp van gesprek. Mensen weten er weinig van, vinden het lastig om er op te reageren en weten niet hoe ze iemand met een depressie kunnen helpen. Volgens minister Schippers moet dat anders en daarom start zij vandaag samen met voorzitter Bram Bakker van de Mental Health Foundation in Bussum een campagne die meerdere jaren duurt.




Minister Edith Schippers: “We willen en moeten mensen met een depressie helpen. Maar veel mensen herkennen een depressie niet. Bij zichzelf

niet en ook niet bij een ander. Over psychische problemen praten is voor veel mensen ook moeilijk. Terwijl dat cruciaal is. En het is vaak de eerste stap naar hulp”.


Doelgroep

De campagne die onder meer samen met de Mental Health Foundation is ontwikkeld, richt zich op het algemene publiek. Dit gebeurt door middel van landelijke tv-spotjes en acties op social media met de slogan Herken de signalen en praat erover


Daarnaast focust de campagne in het eerste jaar nadrukkelijk op jongeren van 13 tot 18 jaar en jonge vrouwen van 18 tot 35 jaar. Uit statistieken blijkt dat bij jongeren en (jonge) vrouwen depressies relatief vaak voorkomen. 26 september 2016



Hartpatiënten stimuleren tot beter eetpatroon

 

Het Leids Universitair Medisch Centrum gaat patiënten die behandeld zijn voor een hartinfarct helpen bij het verbeteren van hun eetpatroon. 


De afdeling Hartziekten start met een tijdelijk onderzoek waarbij een selecte groep vooraf gekozen patiënten na de behandeling drie weken lang vrijwillig gebruik kan maken van een maaltijdbox.


Met dit initiatief stimuleert LUMC dat patiënten zelf koken en gevarieerder eten. Zo krijgen patiënten een beter eetpatroon waardoor ze de kans op herhaling of verergering van hart- en vaatziekten kunnen verlagen.




Veel tijd

Patiënten kunnen veel doen om hun eigen gezondheid te verbeteren. Gezonder en gevarieerder eten is er daar één van. De ervaring leert echter dat het toepassen van een gezondere levensstijl niet altijd eenvoudig is. Het zoeken naar recepten, boodschappen doen en het koken zelf kan soms te te veel tijd vergen. Gezond eten is daargbij dan het kind van de rekening. 19 september 2016



Proef met gezamenlijke inspecties IGZ en SZW

 

Omdat de kwaliteit van de verpleegzorg sterk afhankelijk is van de medewerkers op de werkvloer, gaan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij wijze van proef samen inspecties uitvoeren.

s 

Tijdens de proef bezoeken de twee inspecties twintig verpleeghuizen, met name psychogeriatrische afdelingen. 


Met name wordt gekeken naar de sociale veiligheid, de inzet en deskundigheid van personeel en het omgaan met vrijheidsbeperkende maatregelen.


De instelling ontvangt na afloop van het bezoek een terugkoppeling vanuit beide inspecties afzonderlijk. Zij willen met deze pilot bereiken dat bestuurders van verpleeghuizen meer op de relatie tussen zorg en arbeidsomstandigheden gaan sturen, als ze dat nog niet doen. Wanneer bestuurders maatregelen nemen om de kwaliteit van zorg verder te verbeteren, is het wenselijk dat ze daar ook het arbo-beleid in betrekken. 


Evaluatie

In 2017 evalueren de inspecties de pilot. Daarin betrekken ze nadrukkelijk de ervaringen van medewerkers en het management van de bezochte instellingen. De inspecties publiceren hierover een rapport. Hierna beslissen ze of ze verder zullen gaan met gezamenlijke bezoeken. 19 september 2016



Subsidie aan Fair Medicine voor goedkopere medicijnen 

 

Minister Edith Schippers heeft een subsidie van 2,8 miljoen euro toegekend aan de stichting Fair Medicine. Deze stichting wil medicijnen op een transparante manier ontwikkelen en produceren en ze tegen zo laag mogelijke kosten beschikbaar stellen voor patiënten.

 

De ontwikkelkosten zijn op dit moment het belangrijkste argument van farmaceuten om vaak zeer hoge bedragen te vragen voor hun geneesmiddelen. Er wordt vaak geen inzicht gegeven waarom deze kosten zo hoog zijn. Fair Medicine wil deze gang van zaken doorbreken.


Geneesmiddelenvisie

Begin dit jaar presenteerde minister Schippers een omvangrijke geneesmiddelenvisie. Doel van de maatregelen in de visie is om nieuwe geneesmiddelen sneller en tegen een aanvaardbare prijs beschikbaar te stellen aan patiënten. Het ondersteunen van nieuwe initiatieven en businessmodellen in de farmacie is een belangrijk onderdeel van het geneesmiddelenbeleid van de minister. De investering moet dan ook leiden tot meer inzicht en transparantie over de kosten van ontwikkeling van geneesmiddelen en uiteindelijk tot goedkopere geneesmiddelen.

 

Subsidie

De subsidie is bedoeld om te ondersteunen bij het in de praktijk brengen van de visie van Fair Medicine. Aan de subsidie zijn verschillende voorwaarden verbonden, waaronder volledige openheid over de ontwikkelkosten, zeer beperkte winstmarges en de verplichting dat ook andere investeerders worden gevonden. 8 september 2016


Hart dat zichzelf kan defibrilleren

 

Onderzoeker Daniël Pijnappels van het Leids Universitair Medisch Centrum heeft van de European Research Council een subsidie van 1,5 miljoen euro gekregen om te achterhalen hoe het hart zelf hartritmestoornissen kan herkennen en kan stoppen.


“Het hart mist een robuust regelsysteem om een hartritmestoornis te corrigeren,” zegt Pijnappels. Met zijn team wil hij nu een biologisch systeem gaan ontwikkelen dat kan worden ingebouwd in het hart. Het idee is om een eiwit te maken dat merkt als het hart op hol slaat en vervolgens - en alleen dan - een elektrisch stroompje opwekt dat het hart weer in het gareel brengt. Een virus zou het gen dat voor het eiwit codeert in de hartspiercellen moeten inbrengen. Met de beurs kan Pijnappels zes medewerkers aanstellen om het beoogde onderzoek uit te voeren. 8 september 2016



Minder kinderen vorig jaar overleden aan kanker dan tien jaar geleden


Het aantal kinderen dat jaarlijks overlijdt aan kanker is ten opzichte van tien jaar geleden afgenomen. Vorig jaren zijn 69 kinderen overleden aan kanker. In 2006 waren dat er 110. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.

 

In de periode tussen 2006 en 2015 zijn in totaal bijna 10 duizend kinderen overleden. 820 daarvan overleden aan een vorm van kanker. Dat komt neer op gemiddeld 82 kinderen per jaar of op bijna 7 kinderen per maand.

Jaarlijks krijgen tussen de 500 en 550 kinderen kanker en zijn er 800 onder actieve behandeling.


Vormen

De meeste kinderen (321 sterfgevallen) die tussen 2006 en 2015 zijn overleden aan kanker stierven aan de gevolgen van hersenkanker, zowel aan goedaardige als aan kwaadaardige vormen. Verder leidt leukemie tot een hoge sterfte (191 sterfgevallen). Hersenkanker en leukemie zorgen samen voor 62 procent van alle kankersterfgevallen onder kinderen.




Geslacht

Tussen 2006 en 2015 kwamen meer jongens (447) dan meisjes (373) te overlijden aan kanker. Sterfte aan kanker maakte vorig jaar 8,6 procent uit van de totale sterfte onder kinderen.

Er overleden tussen 2006 en 2015 meer kinderen aan een niet-natuurlijke dood, zoals verdrinking en verkeersongelukken, dan aan een vorm van kanker. Het overgrote deel van de sterfte onder kinderen tussen de 0-14 jaar betreft sterfte onder nuljarigen. 69 procent vindt plaats onder deze groep. Zij overlijden vooral aan aandoeningen aangeboren afwijkingen. Bij kinderen tussen 2 en 11 jaar is kanker de belangrijkste doodsoorzaak. Bij oudere kinderen tussen 12 en 14 jaar is een niet-natuurlijke dood veelal de oorzaak.

2 september 2016


Inzet onafhankelijk arts bij vermoeden van fraude


De KNMG, het OM, de FIOD, de Inspectie SZW en het ministerie van VWS hebben deze week afgesproken dat er bij een ernstig vermoeden van fraude in de zorg met ingang van 2017 een onafhankelijk deskundige arts kan worden ingeschakeld.

 

Bij een vermoeden van fraude kan het nodig zijn om inzage te krijgen in medische gegevens, bijvoorbeeld om na te gaan of de zorg die is gedeclareerd, wel echt heeft plaatsgevonden. Om het medisch beroepsgeheim en de privacy van patiënten zoveel als mogelijk te respecteren kan met ingang van volgend jaar een onafhankelijk deskundige arts worden ingeschakeld. 









In dat geval toetst een onafhankelijk juridisch deskundige eerst of de inzet gerechtvaardigd is. De arts bekijkt of de gegevens onder het medisch beroepsgeheim vallen en controleert bijvoorbeeld of gedeclareerde zorg heeft plaatsgevonden. Vervolgens maakt hij hiervan een verslag met geanonimiseerde gegevens en stuurt dit door naar officier van justitie.
6 juli 2016 



Drank en tabak maken plaats voor lachgas en e-sigaret

 

Drank en tabak raken bij jongeren steeds meer uit de gratie. In plaats daarvan grijpen zij steeds vaker naar lachgas en de e-sigaret. Dat blijkt uit onderzoek Jeugd en riskant gedrag 2015 van het Trimbos-instituut.

 

In vier jaar tijd halveerde het percentage jongeren dat dagelijks rookt  van zes naar drie procent  Jongeren op het vmbo roken overigens meer dan leeftijdsgenoten. Ook zijn jongeren minder alcohol gaan drinken. Toch is er nog altijd een groep die fors drinkt, met name in het weekend. Zorgwekkend is dat een kwart van de jongeren aangeeft alcohol meestal van ouders te krijgen. In 2011 was dat nog zestien procent.

6 juli 2016



Einde aan geheimhouding zorginstelling en patiënt

 

Minister Schippers  wil dat zorgbestuurders in hun code vastleggen dat zij geen overeenkomsten over geheimhouding meer sluiten met patiënten of nabestaanden.

 

Het gaat daarbij om overeenkomsten waarin ruil voor een geldbedrag bijvoorbeeld wordt afgesproken dat wordt afgezien van een melding bij de IGZ, een tuchtklacht of een gesprek met lotgenoten. Mochten zorgbestuurders hier geen gehoor aan geven, dan zal Schippers met een wettelijk verbod komen.


Overeenkomst

Inmiddels heeft de IGZ naar aanleiding van een oproep van de minister 46 meldingen ontvangen van patiënten of nabestaanden die een overeenkomst hebben gesloten. Schippers noemt dergelijke afspraken een belemmering voor openheid die in de zorg zo hard nodig is.


Verplichting

De minister wijst erop dat afspraken die erop zien dat een calamiteit niet gemeld wordt nietig zijn.

Geen enkele zorgverlener of instelling kan onder deze wettelijke verplichting uitkomen door hierover afspraken te maken met patiënten of nabestaanden. 29 juni 2016




‘Meer aandacht voor zorg aan vluchtelingen’

 

De belangenorganisaties Actiz, InEen, KNGF, KNMP, KNMT, LHV en NHG doen een beroep op de overheid en de samenleving om oog te hebben voor goede zorg aan vluchtelingen.

 

Volgens de organisaties is er veel aandacht voor huisvesting en veiligheid, maar minder voor goede zorg aan vluchtelingen. Tijdens een gezamenlijke bijeenkomst afgelopen woensdag in Den Haag hebben zes zorgverleners hun ervaringen naar voren gebracht om de oproep kracht bij te zetten.


GGZ-consulent Pelupessy: “Veel vluchtelingen staan bij aankomst in Nederland in de overlevingsmodus. Het kan een tijdje duren voor hun gezondheidsproblemen aan de oppervlakte komen; bijvoorbeeld nadat ze gehuisvest zijn. Dan komen vaak stress, trauma’s of fysieke problemen naar boven".

29 juni 2016



Online geboorteaangifte Sint Jans Gasthuis Weert primeur voor Limburg


Sinds deze week is het in het Sint Jans Gasthuis in Weert mogelijk online aangifte te doen van een geboorte.  In aanwezigheid van burgemeester Jos Heijmans en algemeen directeur Eric Rikkert hebben de eerste ouders inmiddels aangifte gedaan in het ziekenhuis.



Wie een kindje krijgt in SJG Weert hoeft niet meer naar het stadhuis om de baby aan te geven. Ouders kunnen de geboorteaangifte digitaal regelen via de website van de gemeente. Voor het ondertekenen van de geboorteakte komt de ambtenaar van de burgerlijke stand op dinsdag en donderdag naar het ziekenhuis toe.


Servicegericht

Directeur Eric Rikkert: “Vanaf nu is een geboorteaangifte niet meer hoofdzakelijk een aangelegenheid voor mannen. Ook moeders en alleenstaande moeders zijn nu actief betrokken bij de aangifte, waardoor het een veel meer specialer moment wordt”. Burgemeester Jos Heymans vindt het belangrijk dat ouders zoveel mogelijk tijd met hun pasgeboren baby kunnen doormaken en is trots dat zijn gemeente daar op deze manier aan kan bijdragen.


Verwachtingen

Met zo’n 700 klinische en 150 poliklinische bevallingen in het ziekenhuis is de verwachting dat veel kersverse ouders gebruik gaan maken van digitale geboorteaangifte en de akte in het ziekenhuis willen ondertekenen. Overigens is het zo dat een geboorteaangifte en het zetten van de handtekening volgens wet binnen drie dagen na de geboorte dient te gebeuren. 


Uiteindelijk is het de bedoeling dat straks de handtekening ook digitaal gezet kan worden, maar daarvoor zijn gemeente en SJG Weert afhankelijk van de Nederlandse wetgeving. Burgemeester Heijmans: “Zodra het mag, gaan we voor een volledig digitaal proces. Uiteraard is het ook mogelijk om de akte in het stadshuis te ondertekenen of op de traditionele manier aangifte te doen”. 24 juni 2016


Onderzoek verbetering uitvoering pgb: goed portaal en één loket


Uit onderzoek van het ministerie van VWS naar alternatieven voor de uitvoering van het persoonsgebonden budget (pgb) blijkt dat een nieuw systeem aan een aantal voorwaarden moet voldoen.


Het onderzoek dat samen met Per Saldo, BVKZ, VNG, VWS, SZW en SVB op verzoek van de Tweede Kamer is uitgevoerd, leidt niet tot een voorkeursvariant. Op basis van het onderzoek blijkt dat vier zaken verbeterd kunnen worden. Allereerst dient er een eenvoudig, goedwerkend portaal voor de budgethouder te worden ontwikkeld, liefst ook als app. Dit portaal is het hart van het trekkingsrecht.

Verder moeten verplichte overeenkomsten en declaratieformulieren verder worden gestandaardiseerd. Ook dient er zo veel als mogelijk één loket voor de budgethouders te zijn. Om dat te bewerkstelligen moeten meer taken en verantwoordelijkheden voor de uitvoering worden neergelegd bij de verstrekkers van pgb's, de gemeenten en de zorgkantoren. 


Investeringen SVB

Omdat SVB zorg moet blijven dragen voor de betalingen tijdens het verbeteren van het trekkingsrecht de komende jaren, moet bekeken worden of er investeringen nodig zijn bij de SVB. Eind september is hierover meer duidelijkheid zin.



Schippers: ‘Integrale bekostiging geboortezorg is een vrijwillige optie’

 

De keuze voor integrale bekostiging van de geboortezorg met ingang van 2017 is een vrijwillige optie. Dat zegt minister Schippers in antwoord op Kamervragen. 


De angst dat vrouwen dat door deze manier van bekostiging voortaan verplicht in een ziekenhuis moeten bevallen, is dan ook onterecht. Schippers maakt integrale bekostiging mogelijk omdat daaraan de behoefte bestaat bij samenwerkingsverbanden van verloskundigen en gynaecologen. Zij hebben zich gemeld omdat de huidige bekostiging hen belemmert om te investeren in kwaliteitsverbetering.



 Eerder 



Klik op onderstaande advertenties voor nog méér zorginformatie.