Licht op zorg

Onafhankelijk, betrouwbaar en betrokken


Nauwelijks kennis over behandeling wintertenen


Er is nauwelijks kennis over de oorzaak en behandeling van wintertenen. Van geen enkel gangbaar medicijn is de werking wetenschappelijk aangetoond. Dit concludeert huisarts-onderzoeker Ibo Souwer in zijn promotieonderzoek bij het Radboudumc. Hij promoveert vandaag op zijn onderzoek.

 

Souwer pleit voor meer wetenschappelijk onderzoek naar wintertenen en andere veel voorkomende aandoeningen. Jaarlijks bezoeken tussen de 15.000 en 30.000 mensen de huisarts met chronische wintertenen en -handen, ofwel chronische perniones. Genezen blijkt lastig te zijn. Huisarts Souwer: “We weten weinig over het ziektemechanisme. Dat betekent ook dat we het mechanisme waarop een behandeling zou moeten aangrijpen niet goed kennen. Dat maakt het lastig om studies naar het effect van medicijnen te doen.”


Vitamine D3

Huisartsen kunnen verschillende medicijnen




voorschrijven, maar van geen enkele behandeling is de werking overtuigend aangetoond. 


Souwer onderzocht of de veelgebruikte behandelingen met vitamine D3, nifedipine en bètamethasoncrème effectief waren in vergelijking 


met een placebo. Na onderzoek bleef er van het positieve effect van vitamine D3 weinig over. Ook de twee andere middelen blijken niet beter te werken dan een placebo. Het gebruik van vitamine D werd van dokter op dokter doorgegeven zonder een idee van het werkingsmechanisme.


Verklaring

Omdat de middelen geen effect hebben, is het volgens Souwer niet waarschijnlijk dat de ontsteking van de huid een doorslaggevende rol speelt bij chronische perniones: “Wel kan het evenwicht tussen het bewaren van een normale lichaamstemperatuur en het voorkomen van huidschade door afkoeling een rol spelen. Bij afkoelen trekken de bloedvaatjes in de huid samen om warmte vast te houden. Het lichaam blijft warm, maar de huid koelt plaatselijk af. Als tegenreactie verwijden de bloedvaatjes van de huid zich steeds kortdurend. Een verstoring van die reactie leidt mogelijk tot huidschade en de klachten van rode, gezwollen en jeukende tenen en vingers.” 3 juli 2017



Verslaafden zijn minder gevoelig voor beloningen


Verslaafden kunnen moeilijk leren wanneer zij een beloning kunnen verwachten. Dit leerprobleem kan verklaren waarom zij gevoeliger zijn voor verslaving en dus moeilijk van hun verslaving afkomen.

 

Dit concluderen onderzoekers van het Radboudumc en de Radboud Universiteit op basis van een uitgebreide literatuurstudie die zij begin deze maand hebben gepubliceerd. Het was bekend dat mensen met een verslaving beloningen anders in hun hersenen verwerken dan mensen zonder verslaving. Nu blijkt er een verschil te zijn tussen de verwachting van een beloning en het daadwerkelijk ontvangen daarvan.




Verschil

Door 25 onderzoeken over beloningsgevoeligheid bij alcohol-, nicotine-, cocaïne- en gokverslaving te combineren en de hersenbeelden uit deze studies te analyseren, ontdekten onderzoekers Arnt Schellekens van het Radboudumc en Guillaume Sescousse en Maartje Luijten van de Radboud Universiteit het verschil in de hersenactiviteit.


In totaal vergeleken zij 643 verslaafden en 609 niet-verslaafden elkaar.


Beloning

Zowel patiënten met een drugs- als gokverslaving blijken minder gevoelig te reageren op de voorspelling van een geldbeloning. “Ze hadden een verlaagde hersenactiviteit in het striatum, het beloningsgebied in de hersenen, wat wijst op weinig verwachting over de beloning,” zegt Schellekens. Voor het ontvangen van de beloning waren mensen met een drugsverslaving juist gevoeliger, de activiteit in het striatum was hier hoger. “Ze lijken dus verrast dat ze de beloning ontvangen,” aldus Schellekens. Bij mensen met een gokverslaving werd dit effect niet

gevonden.


Leerprobleem

Beloningsprikkels zijn een belangrijk onderdeel voor het aanleren van gedrag. De onderzoekers denken daarom dat hun bevindingen betekenen dat leerproblemen ten grondslag liggen aan verslaving. Doordat er sprake is van verstoring van beloningsprocessen, kunnen deze mensen niet leren wanneer zij de geldelijke beloning ook echt mogen verwachten. 


Dit zou kunnen verklaren waarom het deze mensen niet lukt andere keuzes te maken dan het gebruik van drugs of het blijven gokken. Onderzoek moet uitwijzen of de verstoring ook is te behandelen. 3 februari 2017



Onderzoekers starten met internationale registratie van hersenstamkanker


Om meer kennis over de zeldzame ziekte DIPG (Diffuus Intrinsieke Ponsglioom) te krijgen, zetten kinderoncoloog Dannis van Vuurden en arts-onderzoeker Sophie Veldhuijzen Van Zanten van VUmc een internationaal registratiesysteem op.

 

De ziekte DIPG staat bekend als hersenstamkanker en kwam onlangs uitgebreid in het nieuws toen Tijn zich meldde bij het Glazen Huis in Breda om voor kinderen in Afrika geld op te halen. Dit jongetje lijdt zelf aan deze ziekte.


Verbetering

Samenwerking en patiëntenregistratie leidt volgens de oprichters tot gezamenlijke behandelstudies, waardoor hopelijk binnen afzienbare tijd een




verbetering rondom het ziektebeeld kan worden bewerkstelligd. Ook hopen zij dat hun manier van dataverzameling wordt gebruikt om ook andere zeldzame ziekten op eenzelfde manier te organiseren en te registreren.


De totstandkoming van het register werd voorafgegaan door de oprichting van een Europees DIPG-netwerk. Dit netwerk bestaat uit een internationale groep van artsen en onderzoekers uit 27 landen. Zij richten zich richten op het vinden van genezing voor DIPG. 


700 bronnen

Dankzij de samenwerking en het opzetten van een registratiesysteem kunnen de onderzoekers van VUmc Amsterdam nu beter onderzoek doen naar hersenstamkanker bij kinderen. Al bijna 700 informatiebronnen, waaronder MRI-scans en behandelingen, zijn inmiddels opgenomen in het register. De hoop is dat de hoeveelheid data ervoor zorgt dat er genezing komt voor deze dodelijke ziekte bij kinderen. 30 januari 2017


VUmc start met polikliniek voor mensen met tatoeageklachten


Het VUmc in Amsterdam is gestart met een speciale polikliniek voor mensen met klachten en afwijkingen van hun getatoeëerde huid.

 

Initiatiefnemer van de Tattoopoli is dermatoloog-in-opleiding Sebastiaan van der Bent. “Eindelijk is er een mogelijkheid om mensen met een allergische reactie op hun tatoeage op één centrale plek te zien en te behandelen.”


Anderhalf miljoen

Op de afdeling dermatologie van VUmc komen regelmatig patiënten met huidafwijkingen bij tatoeages.




Het aantal Nederlanders met een tatoeage ligt rond de anderhalf miljoen. Daarbij gaat het niet alleen om lichaamsversiering, maar ook om medische tatoeages zoals het tatoeëren van tepels bij borstreconstructies.

Meestal gaat het goed, maar soms kunnen er – zelfs jaren na het zetten van de tatoeage – klachten ontstaan. De Tattoopoli is niet bedoeld voor mensen die spijt hebben van hun tatoeage en ze om cosmetische redenen willen laten verwijderen.


Complicaties

Van der Bent: “Eén gespecialiseerd centrum waar patiënten met klachten naar verwezen kunnen worden is zinvol, en daarom hebben professor Thomas Rustemeyer en ik een spreekuur opgericht speciaal voor dermatologische complicaties bij tatoeages. We werken nauw samen met de afdeling pathologie.

Ook AMC-dermatoloog Wolkerstorfer, die gespecialiseerd is in lasertherapie, is betrokken bij het team.”Behandeling met hormoonzalf of -injecties zijn mogelijk, en soms is een CO2-laserbehandeling een optie.

 

Tattoeëerders

Helaas helpen de behandelingen soms maar tijdelijk. Daarom loopt er ook wetenschappelijk onderzoek op de Tattoopoli. Van der Bent: “We weten inmiddels dat de boosdoener in de meeste gevallen de rode inkt is. In het laboratorium loopt nu een studie met gekweekte huid naar de invloed van de inkt op het afweersysteem in de huid”. 13 januari 2017



Onderzoeker De Munter: Slecht cholesterol draagt mogelijk bij aan artrose


Te veel ‘slecht’ cholesterol is van invloed op de ernst van artrose, blijkt uit onderzoek. Als dit ‘slechte’ cholesterol beschadigd raakt door opstapeling, zet het omliggend weefsel aan tot het maken van stoffen die zorgen voor schade, botvergroeiingen en ontsteking in het gewricht.

 

De invloed van cholesterol op artrose is onderzocht door onderzoeker Wouter de Munter van het Radboudumc. Hij promoveert deze week op zijn onderzoek naar cholesterol en artrose in muizen. Artrose is een reumatische aandoening waarbij het kraakbeen in de gewrichten dunner en zachter wordt. Dit geeft een pijnlijk en stijf gevoel in de gewrichten tijdens beweging. Hoewel eerst gedacht werd dat 

de oorzaak gewrichtsslijtage is, wordt steeds duidelijker dat ook ontstekingsprocessen en de stoffen die daarbij vrijkomen bijdragen aan de ernst van artrose. Daarnaast groeit het bewijs dat er een verband is tussen een te hoge cholesterol en ontstekingsziekten.


Extra botgroei

De Munter bekeek voor zijn onderzoek muizen met een cholesterolrijk dieet en muizen die van nature hoge cholesterolwaardes hebben. Beide muizen ontwikkelden extra botvorming in het door artrose aangedane gewricht, wat leidt tot pijn en functiebeperking van het gewricht.


Bepaalde afweercellen, macrofagen, bleken verantwoordelijk voor de extra aangroei van bot.


Het onderzoek geeft een nieuwe kijk op het ontstaan van artrose. Voor artrose is nog geen genezing gevonden, maar het geeft mogelijke aangrijpingspunten voor therapieën. “We hebben sterke aanwijzingen dat het in de mens op eenzelfde manier werkt, omdat er in mensen een relatie lijkt te bestaan tussen artrose en hoge cholesterolwaardes.” Vervolgonderzoek richt zich op de manier waarop cellen het slechte cholesterol opnemen. “Als we precies weten welke receptoren de cellen daarvoor gebruiken, kunnen we misschien lokaal de opname van geoxideerd LDL (het slechte cholesterol, red.) remmen. Daarmee beperk je schade in het gewricht.” 10 januari 2017



Katheter brengt hart in kaart tijdens operatie hartritmestoornis


In het Maastricht UMC+ en in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein zijn afgelopen weken de eerste patiënten geholpen met een nieuwe behandeltechniek voor complexe hartritmestoornissen.

 

Tijdens deze behandeling wordt met een speciale katheter het hart van binnenuit minutieus in kaart gebracht en rechtstreeks gevolgd. Hierdoor kan de cardioloog tijdens de ingreep al zien of de procedure succesvol is, waardoor de kans op her-operaties afneemt. Met de nieuwe techniek is de cardioloog tevens in staat om complexe ritmestoornissen te zien die voorheen onzichtbaar bleven.




Geleiding

Boezemfibrilleren treft in Nederland zo'n 300.000 mensen en is de meest voorkomende hartritmestoornis, waarbij de elektrische geleiding in het hart niet meer goed functioneert. Patiënten kunnen last krijgen van 

een onregelmatige hartslag, transpireren en duizeligheid. Bij een gezond persoon wordt vanuit één plek in het hart een elektrische prikkel verstuurd om het hartritme aan te geven. Onder invloed van verschillende factoren (zoals leeftijd, leefstijl of andere aandoeningen) kunnen ook prikkels ontstaan vanuit andere plekken in het hart, er ontstaat een hartritmestoornis.


Littekens

Een cardioloog kan overtollige prikkels in het hart uitschakelen door een ablatie toe te passen. Met behulp van koude of hitte wordt een litteken aangebracht op de plek waar de ‘verkeerde’ prikkel ontstaat. 


Bij complexe ritmestoornissen is het soms erg lastig om de juiste plaats te lokaliseren en te bepalen of het aanbrengen van een litteken wel is gelukt. Met de inzet van de nieuwe techniek is de verwachting dat het aantal her-ingrepen aanzienlijk zal dalen.

 

150.000 metingen per seconde

Voor de procedure wordt gebruik gemaakt van een kathether die in staat is om in het hart bijna 150.000 metingen per seconde uit te voeren. Op basis hiervan wordt de hartkamer (of –boezem) van binnenuit gevisualiseerd. Tevens worden de elektrische pulsen die het hart afgeeft in kaart gebracht. 5 januari 2017



Europese netwerken moeten zorg aan patiënt met zeldzame ziekte verbeteren


Om de zorg aan patiënten met een zeldzame ziekte te verbeteren, worden in Europa 24 netwerken opgericht. In deze netwerken kunnen nationaal erkende expertisecentra optimaal samenwerken.

 

De zorg en expertise bij zeldzame ziekten is vaak geconcentreerd in een aantal medische centra per land. Niet iedere patiënt in Europese Unie heeft hierdoor toegang tot de beste zorg. De Europese Referentienetwerken (ERN’s) moeten die ongelijkheid gaan aanpakken. Het Leids Universitair Medisch Centrum wordt coördinerend centrum van het grootste ERN, het netwerk voor zeldzame endocriene ziekten (Endo-ERN). Ook neemt het deel in zes andere netwerken.

 

Beste behandeling

Professor Alberto Pereira gaat het Endo-ERN leiden: “De komst van deze ERN’s is een al lang

bestaande wens. Patiëntenverenigingen drongen er op aan: de zorg bij zeldzame ziektes moet toegankelijker worden en informatie transparanter. De EU besloot in 2011 bij wet dat iedere patiënt met een zeldzame ziekte in de EU recht heeft op de beste behandeling, ook als expertise zich in een ander land bevindt”.


Patiënten profiteren

Prof. Martijn Breuning is in het LUMC de coördinator voor het opzetten van expertisecentra die nationale erkenning hebben verkregen en vervolgens de aansluiting met ERN’s kunnen maken. Hij benadrukt het belang van samenwerken op het gebied van patiëntenzorg.

“Er zijn al heel veel onderzoeksnetwerken binnen de EU. Patiëntenzorg bleef achter. Terwijl juist patiënten veel kunnen profiteren van een betere samenwerking”.

 

Beste zorg

Als je een zeldzame ziekte hebt, bevindt de beste zorg zich niet altijd dicht bij huis, zegt dr. Nienke Biermasz, vertegenwoordiger van de acht LUMC-expertisecentra die gaan deelnemen aan Endo-ERN. “De ERN’s moeten dat gaan veranderen. We willen de beste zorg zoveel mogelijk naar de patiënt brengen".


Informatie

Zij vervolgt: "Binnen het netwerk gaan we samenwerken aan meer transparantie, zodat patiënten overal in de EU goede informatie kunnen vinden over hun ziekte en over de behandelmogelijkheden". 2 januari 2017 



EU-subsidie voor kweken mini-eierstok

 

Susana Chuva de Sousa Lopes van het Leids Universitair Medisch Centrum heeft een EU-subsidie van twee miljoen euro gekregen voor haar onderzoek naar het laten rijpen van menselijke eicellen in een kunstmatige eierstok buiten het lichaam.

 

Meisjes die onvruchtbaar zijn geworden door kanker zouden met deze methode later toch met hun eigen eicellen kinderen kunnen krijgen. Vrouwen die als kind kanker hebben overleefd, zijn vaak onvruchtbaar doordat de chemotherapie hun eicellen heeft beschadigd. Tegenwoordig kunnen meisjes daarom eierstokweefsel laten invriezen voor zij met chemotherapie beginnen.




Dit weefsel kan worden teruggeplaatst als zij later kinderen willen. “Op deze manier zijn wereldwijd nu bijna honderd vrouwen zwanger geworden. Toch is het verre van ideaal, omdat het vaak niet lukt en er een risico is om met het eierstokweefsel ook kankercellen terug te plaatsen,” vertelt dr. Chuva de Sousa Lopes. Zij doet daarom onderzoek naar een alternatief: een kunstmatige mini-eierstok waarin eitjes buiten het lichaam kunnen rijpen. 20 december 2016


Maximum aan vitamine B6 in preparaten

 

Op advies van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gaat minister Edith Schippers een maximale dagdosering voor vitamine B6 in vitaminepreparaten vastleggen in de wet.

 

Minister Schippers heeft om advies gevraagd omdat er steeds vaker bijwerkingen en klachten werden gemeld bij de NVWA en bij het Bijwerkingencentrum Lareb. Een te hoge inname van vitamine B6 kan leiden tot aandoeningen van de zenuwen in de armen en benen. 


Kinderen

BuRO adviseert een maximale dagdosering van 21 milligram. Voor kinderen komen er nog lagere


maxima. Minister Schippers neemt dit advies over. Vitaminepreparaten bevatten veelal lage en dus veilige hoeveelheden vitamine B6, maar er zijn ook producten op de markt met een veel hogere dosering. 


Aangezien de gezondheidsklachten van een te hoge dosering ernstig kunnen zijn, wordt er een wettelijke norm gesteld waar de NVWA toezicht op kan houden. 20 december 2016





'Bloeddruk meten bij overgewicht belangrijk'

 

Het meten van de bloeddruk van kinderen met overgewicht en obesitas blijft belangrijk, al is er minder sprake van hoge bloeddruk dan verwacht. 


Dat concludeert Aleid Wirix, die vorige week bij het VUmc op dit onderwerp is gepromoveerd.

 

Vier procent van de kinderen met overgewicht blijkt een te hoge bloeddruk te hebben. Wanneer je de bloeddruk van kinderen met overgewicht en obesitas meerdere keren meet, is er minder vaak dan verwacht sprake van hoge bloeddruk. Toch blijft het advies om in de Jeugdgezondheidszorg de bloeddruk te meten bij deze kinderen. Zo spoor je te hoge bloeddruk tijdig op en kun je mogelijke negatieve gevolgen voorkomen.




Als dit bij kinderen niet op tijd opgespoord en behandeld wordt, kan dit vaak ernstige gevolgen zoals hart- en vaatziekten en nierschade hebben. Hoge bloeddruk is slechts één van de mogelijke complicaties van overgewicht. Om te voorkomen dat een te hoge bloeddruk en complicaties vaker optreden, blijft de behandeling van overgewicht van het grootste belang. Wirix concludeert dat bij kinderen met overgewicht internationaal grote verschillen zijn in diagnostisering en behandeling van hoge bloeddruk. 13 december 2016



'Screen op coeliakie bij diabetes mellitus'

 

Zes procent van de patiënten met diabetes mellitus type 1 blijkt coeliakie (glutenintolerantie) te hebben. Van de zesduizend patiënten met coeliakie weten duizenden echter niet dat zij deze aandoening hebben. 


Dat concludeert Sjoerd Bakker, die vorige week bij het VUmc op dit onderwerp is gepromoveerd.

Coeliakie is een aandoening in de dunne darm die ontstaat na het eten van gluten, een eiwit uit tarwe, rogge en gerst. Daardoor ontstaan klachten zoals hevige buikpijn en krampen. De behandeling hiervoor bestaat uit een glutenvrij dieet. Uit het onderzoek van Bakker blijkt dat een derde van de patiënten die op volwassen leeftijd diabetes mellitus type 1 kreeg meer dan vijf jaar klachten hadden, vóórdat coeliakie werd vastgesteld.




Momenteel worden diabetespatiënten niet standaard gecontroleerd op coeliakie. Coeliakie heeft een groot effect op het sociale leven. Opvallend genoeg vond Bakker dat coeliakie geen effect had op de glucoseregulatie van T1DM-patiënten. Coeliakie voldoet aan bijna alle internationale criteria voor screening: de ziekte komt vaak voor, het is makkelijk te diagnosticeren middels antistoffen in het bloed en er is een behandeling mogelijk. Bakker adviseert om diabetes-patiënten elke vijf jaar te testen. 13 december 2016



'Meer mensen moeten weten van neurostimulatie'


Anesthesioloog-pijnspecialist dr. Hans van Suijlekom van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven vindt dat meer mensen moeten weten van neurostimulatie. Volgens hem blijven uitbehandelde patiënten met vernauwingen van de kransslagaders te vaak rondlopen met pijn op de borst.

 

Veel patiënten met zogenoemde refractaire angina pectoris weten niet dat zij in aanmerking kunnen komen voor neurostimulatie. “Een goede pijnbehandeling, die zich inmiddels heeft bewezen. We plaatsen een elektrode tegen het ruggenmerg en brengen dat in contact met een klein pacemakerachtig apparaat, de zogenoemde neurostimulator. Daardoor neemt de pijn op de borst af of verdwijnt soms zelfs helemaal”, zegt Van Suijlekom.


De pijn op de borst kan zulke ernstige vormen aannemen dat een patiënt ook in rust pijn heeft. “Ondanks de verschillende behandelingsmogelijkheden zoals een bypass operatie, dotteren en medicijnen, blijft er een groep patiënten over die heel veel pijn blijft houden door de angina pectoris,” aldus cardioloog dr. Kees-Joost Botman van het Catharina Ziekenhuis.



 


Eenvoudige behandeling

Volgens Van Suijlekom gaat het om een groep van vierhonderd tot vijfhonderd patiënten per jaar in Nederland. Slechts vijftig van hen meldt zich voor neurostimulatie. “Meer mensen moeten hier van weten. Door middel van een eenvoudige behandeling kunnen we de pijn sterk verminderen en soms zelfs wegnemen. De neurostimulator dat in het lichaam wordt geïmplanteerd, stuurt via een kabeltje elektrische pulsen naar de elektrode die tegen het ruggenmerg is geplaatst. Die elektrische pulsen zorgen ervoor dat de kleine bloedvaatjes rondom het hart worden verwijd waardoor het hart beter wordt doorbloed. Door die betere doorbloeding krijgt het hart voldoende zuurstof waardoor er geen pijn meer optreedt.” 1 december 2016



Veiliger ruggenprik door

unieke aansluiting spuit


Het Radboudumc maakt als eerste ziekenhuis in Europa gebruik van nieuwe spuiten die de ruggenprik veiliger maakt. Door de unieke aansluitingen van deze spuiten is verwisseling niet meer mogelijk. Dit bevordert de patiëntveiligheid.

 

Jaarlijks krijgen in Nederland tienduizenden patiënten pijnstilling na een operatie via een ruggenrik. Sinds kort heeft het Radboudumc de nieuwe spuiten en daarvoor geschikte pompen in gebruik voor epidurale pijnstilling. Voorafgaand aan het gebruik van deze techniek volgen zorgprofessionals een uitgebreide en verplichte scholing.

 

“Een optimaal en veilig medicatiebeleid is een belangrijke voorwaarde voor de patiëntveiligheid en daarmee de kwaliteit van onze zorg,” zegt Gert-Jan Scheffer, hoofd Anesthesiologie en initiatiefnemer. “Doordat de spuiten en infuuslijnen of koppelstukken van de nieuwe pompen bij epidurale toediening verschillen van die voor intraveneuze toediening wordt verwisseling van spuiten voorkomen. Dankzij deze techniek kan toedienen dus niet meer misgaan omdat een andere spuit simpelweg niet meer past.” 1 december 2016



Nieuw vaccin verkleint kans op terugkeer huidkanker


Het Radboudumc in Nijmegen start een experimentele behandeling met een vaccin dat de kans op terugkeer van huidkanker verkleint. De therapie activeert het afweersysteem en is bedoeld voor huidkankerpatiënten bij wie recent lymfeklieren met uitzaaiingen zijn verwijderd.

 

Het onderzoek duurt tot 2021. De behandeling zal worden aangeboden in Nijmegen, Amsterdam, Rotterdam en Zwolle en staat onder leiding van hoogleraar Translationele Tumorimmunologie Jolanda de Vries van het Radboudumc.

 

Immuuntherapie

Bij huidkankerpatiënten met uitzaaiingen in de lymfeklieren, worden de lymfeklieren operatief verwijderd. Na een geslaagde operatie blijft de kans echter bestaan dat er nieuwe huidtumoren ontstaan. Deze kans verkleint door bestraling van het geopereerde gebied. Bestraling kan echter niet voorkomen dat de tumor terugkeert op andere plekken in het lichaam.




Een alternatief hiervoor is een binnen het Radboudumc ontwikkelde immuuntherapie met dendritische cellen.


Vergoeding

Experimentele behandelingen worden normaal gesproken niet vergoed vanuit de basisverzekering. Dat dit nu toch gebeurt is uitzonderlijk. 

Het gereserveerde budget bedraagt 20 miljoen euro voor de periode van vijf jaar en vier maanden op voorwaarde dat in die periode voldoende informatie beschikbaar komt over de effectiviteit van de behandeling. Na die periode beoordeelt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport of de behandeling definitief opgenomen kan worden in het basispakket.

 

Dendritische celtherapie

Dendritische cellen zijn onderdelen van het afweersysteem die als een soort wegwijzers werken. Ze halen eiwitonderdelen van kankercellen af en brengen die naar andere afweercellen. De afweercellen krijgen hiermee informatie over welke cellen ze op moeten ruimen. 


Het is mogelijk om dendritische cellen van patiënten af te nemen en deze in het laboratorium op te laden met tumoreiwitten en te activeren. Na teruggave is het afweersysteem direct in staat in het hele lichaam en met minimale bijwerkingen de tumorcellen aan te vallen. 28 november 2016



Wetenschappers onderzoeken waarom ieder afweersysteem anders is


Wetenschappers van het Radboudumc in Nijmegen en collega’s van het UMCG en het Broad Institute van MIT en Harvard onderzoeken de komende jaren welke invloed genen en omgevingsfactoren hebben op het menselijk afweersysteem.


Inmiddels zijn de eerste drie publicaties over het onderzoek verschenen. Hoe mensen op ziekteverwekkers reageren verschilt enorm. Mensen met een overactief immuunsysteem zijn gevoeliger voor auto-immuunziekten als

reuma, diabetes en MS en ontstekingsziekten als jicht en de ziekte van Crohn. 

Het verschil in immuunreactie beïnvloedt ook de afweer tegen infecties en de gevoeligheid voor ziektes als Parkinson en Alzheimer. Deze variatie kan verschillende oorzaken hebben. Omgevingsfactoren, zoals de seizoenen spelen een rol, maar ook leeftijd, onze genen en ons microbioom. Vermoedelijk hebben al deze factoren invloed op de productie van cytokinen, de belangrijkste signaalstoffen van het menselijk immuunsysteem.




Verschillen

Tot nu is de invloed van genen en de omgeving op de variatie in cytokineproductie alleen in kleine studies onderzocht. Het Human Functional Genomics Project, onder leiding van hoogleraren

Mihai Netea en Leo Joosten van het Radboudumc, hoogleraar Cisca Wijmenga van het UMCG en hoogleraar Ramnik Xavier van het Broad Institute van MIT en Harvard, wil daar verandering in brengen. De komende jaren onderzoeken zij bij een aantal groepen van honderden gezonde vrijwilligers en patiënten hoe verschillen in cytokineproductie zijn te verklaren. Daarmee is het de meest omvangrijke studie ooit op dit gebied. De eerste publicaties die begin deze maand zijn verschenen, richten zich op de invloed van gastheer- en omgevingsfactoren, de genen en op het microbioom. 22 november 2016



Nieuwe techniek maakt tijdrovende bacteriekweek overbodig


Een nieuwe techniek is in staat om razendsnel vast te stellen van welke bacterie een patiënt last heeft. Een diagnose met behulp van een bacteriekweek laat dagen op zich wachten. Met de nieuwe techniek kan dat worden teruggebracht tot vijf uur.

 

De nieuwe techniek is beschreven in het proefschrift Culture free microbiology, waarop medisch microbioloog Dries Budding vorige week is gepromoveerd. Jarenlang heeft hij met zijn collega Paul Savelkoul gewerkt aan de nieuwe methode. De ontwikkelde IS-pro techniek zoekt naar een specifiek stukje DNA van bacteriën dat in alle bacteriën aanwezig is en waarvan de lengte specifiek is voor de bacteriesoort. Om het onderscheid tussen bacteriën nog gemakkelijker te maken, voegden de onderzoekers fluorescente kleurstoffen toe die het DNA van verschillende bacteriefamilies een eigen kleur geven.


                                     (animatie ISO-pro techniek)

De nieuwe techniek kan bijna alle bekende bacteriën binnen vijf uur aantonen en identificeren.

 

Meer toepassingen

De IS-pro techniek is niet alleen handig om snel ziekmakende bacteriën op te sporen, maar kan ook afwezigheid of disbalans in normale lichaamseigen bacteriën aantonen.

Dit helpt bij de diagnoses van ziekten die niet zozeer een infectieziekte zijn, maar wel te maken hebben met de balans in lichaamseigen bacteriën. Voorbeeld daarvan is de ziekte van Crohn. IS-pro kan ook nieuwe, tot nu toe onbekende bacteriën identificeren. Bovendien blijkt de techniek op basis van DNA ook te gebruiken voor niet-klinische doeleinden zoals bij de monitoring van waterzuivering.

 

Kweekloze diagnose

Budding en zijn collega’s hebben een testkit ontwikkeld. Momenteel lopen er proeven in verschillende laboratoria om kinderziekten eruit te halen. “Daarna ligt de weg vrij voor een kweekloze diagnose,” aldus Budding. “Vooralsnog is het niet mogelijk om zonder kweek te zien hoe nieuwe bacteriën reageren op antibiotica. Van de meeste bacteriën weten we dat al, en dan is identificatie met IS-pro techniek voldoende". 15 november 2016



Hartchirurgen van het Maastricht UMC+ trainen operatie op 3D-print van hartklep


Hartchirurgen van het Maastricht UMC+ kunnen voortaan complexe operaties minutieus voorbereiden. Dat melden zij in het wetenschappelijk tijdschrift Interactive CardioVasc Thoracic Surgery.

 

De kunsthartklep, die wordt geplaatst in een speciaal daarvoor ontworpen simulator, kan ook worden gebruikt voor trainingsdoeleinden. Een van de meest complexe ingrepen aan het hart is een operatie aan de zogenoemde mitralisklep. Dit is de hartklep die zorgt voor verplaatsing van zuurstofrijk bloed van de longen naar het lichaam. Als deze niet goed functioneert, kunnen verschillende problemen ontstaan die uiteindelijk kunnen leiden tot hartfalen.




Borstkas

Afhankelijk van de unieke karakteristieken van de patiënt kiezen chirurgen de meest optimale behandeling. Dat kan een operatie zijn waarbij de borstkas wordt geopend of een minimaal invasieve ingreep, waarbij slechts één of enkele kleine incisies vereist zijn.


Simulator

Toepassing van minimaal invasieve technieken voor een hartklepoperatie vergen vaardigheden die lastig in de vingers te krijgen zijn. De Maastrichtse hartchirurg Peyman Sardari Nia bedacht daarom een simulator om de operatie uit te voeren zonder dat er een patiënt aan te pas komt. 


Met de huidige ontwikkelingen in 3D-printing heeft hij inmiddels een extra dimensie toegevoegd. Van elke mogelijke hartklep kan nu een exacte siliconen kopie worden gemaakt. Op die manier kunnen de specifieke eigenschappen van iedere individuele patiënt worden nagebootst. Dat heeft een aantal voordelen, met name bij complexe gevallen.


Gespecialiseerd

“Je moet het eigenlijk zien als een bijzondere vorm van personalized medicine,” zegt Sardari Nia. “We plannen de ingreep namelijk op basis van de unieke structuur van de hartklep van de patiënt. Zo komen we niet voor verrassingen te staan. Uiteindelijk leidt dat tot effectieve procedures met waarborging van de patiëntveiligheid.” 19 oktober 2016





Onderzoek naar test die uitwijst in welke mate een tumor reageert op chemotherapie


Het Medisch Centrum Leeuwarden is gestart met een onderzoek naar een test voor patiënten met slokdarmkanker. De test moet uitwijzen of en in welke mate een tumor reageert op chemotherapie. Het onderzoek naar de test neemt drie jaar in beslag.

 

Met de test wil het MCL in de toekomst een groot aantal patiënten zware chemoradiotherapie of zelfs de ingrijpende slokdarmoperatie te kunnen besparen. Onderzoeker Edward Fiets, internist-oncoloog, verwacht dat er twee tot drie patiënten per maand deelnemen aan het onderzoek.

 

Richtlijnen

Patiënten met niet uitgezaaide slokdarmkanker krijgen volgens de landelijke richtlijnen eerst een chemoradiotherapeutische behandeling en worden daarna altijd geopereerd.


 “Bij ongeveer één derde van de behandelde patiënten zien we na de operatie dat de tumorcellen door de chemoradiatie al helemaal weg waren. Opereren is dan overbodig,” legt internist-oncoloog Edward Fiets uit. “Bij nog één derde van de patiënten zien we dat de tumor na de chemoradiatie juist helemaal niet kleiner is geworden. Díe patiënten wil je liever direct opereren en de chemoradiatie besparen. Twee situaties waarbij het behandelteam achteraf pas ziet wat de beste behandeling is.”

 

Het doel van dit onderzoek is kenmerken te ontdekken in de slokdarmtumor, die het effect van de behandeling met chemoradiotherapie voorspellen.

Fiets: “Het vermoeden bestaat dat er een relatie is tussen de activiteit van kinase-eiwitten en de gevoeligheid van de slokdarmtumor voor chemoradiatie.”  


Samenwerking

De studie in het MCL moet uitwijzen of kineaseactiviteit geschikt is als test, om in de toekomst betrouwbaar af te kunnen zien van de slokdarmoperatie of chemoradiatie. Daarnaast onderzoekt het MCL in samenwerking met het Radboud Universitair Medisch Centrum te Nijmegen aanwijzingen voor een relatie tussen bepaalde genetische afwijkingen in de kankercel en het effect van chemoradiotherapie.

 

Als de studie succesvol is, wordt zij uitgebreid met patiënten van het UMC Groningen. 26 september 2016



Zelfstandig wonen ook mogelijk na langdurige bewusteloosheid


Jongeren die tien tot twaalf jaar geleden door ernstig hersenletsel in een langdurige bewusteloze toestand hebben verkeerd, blijken op lange termijn een goede kans te hebben om grotendeels of volledig zelfstandig te wonen. 


Dat blijkt uit onderzoek onder 34 patiënten dat Henk Eilander van het Radboudumc samen met Libra Revalidatie in Tilburg heeft uitgevoerd. De onderzochte jongeren namen allen deel aan het Vroege Intensieve Neurorevalidatie-programma (VIN) van Libra Revalidatie. Daarin volgen jongeren die na een ernstig hersenletsel niet spontaan bij 

bewustzijn komen, een intensief revalidatieprogramma gericht op herstel van bewustzijn en de belangrijke basisfuncties.


Overleden

Aan het einde van het revalidatieprogramma waren twintig jongeren bij bewustzijn. Twaalf van hen herstelde dusdanig dat ze weer zelfstandig kunnen wonen. Van de veertien jongeren die niet bij bewustzijn kwamen, was het merendeel na tien tot twaalf jaar overleden. Ondanks de geringe omvang van de onderzochte groep is wel een vraagteken te zetten bij de angst van veel mensen,

onder wie artsen, dat iemand wel bij bewustzijn kan komen, maar vervolgens een leven lang volledig afhankelijk is. Bij slechts één op de zes van de onderzochte patiënten was dat het geval. 


Het onderzoek laat ook zien dat al in een vroeg stadium, direct na afloop van het behandelprogramma, een redelijk betrouwbare voorspelling gemaakt kan worden over de mate

van zelfstandigheid van de jongeren op de lange termijn.


Betere perspectieven

De gepubliceerde studie van onderzoeker Henk Eilander en collega’s is een van de eerste onderzoeken in de wereld waarin jongeren onder de 25 jaar zo lang na het oplopen van een ernstig hersenletsel zijn gevolgd na een revalidatieprogramma. De patiënten die een ongeval hadden doorgemaakt lieten over het algemeen beter herstel zien dan wanneer ze door een zuurstoftekort of een infectie van de hersenen in coma waren geraakt.

12 september 2016



Oudere valt minder na virtuele looptraining


Een looptraining om minder te vallen waarbij gebruik wordt gemaakt van ‘virtual reality’ is effectiever dan alleen een looptraining. Dit schrijven onderzoekers van het Radboudumc met hun internationale collega’s in The Lancet.

 

De virtual reality-training, die zowel cognitieve als fysieke aspecten combineert, is gemakkelijk toe te passen bij verpleeghuizen of revalidatiecentra. Een derde van de 65-plussers valt minstens één keer per jaar. 


Concentratie

Van de mensen met verstandelijke beperkingen, dementie of Parkinson valt zelfs twee derde één of meer keer per jaar. 

Het risico op vallen neemt toe als bij ouderen de concentratie, de motoriek en het inschattingsvermogen afneemt. Met de toevoeging van virtual reality kunnen de cognitieve aspecten van het lopen beter worden getraind.




Herhaald vallen

De deelnemers aan het onderzoek liepen op een loopband waarbij zij op een scherm schoenen zagen, die hetzelfde bewogen als zijn of haar eigen voeten. Zo kon de proefpersoon op de loopband opdrachten uitvoeren. Ongeveer 300 proefpersonen in de leeftijd van zestig tot negentig volgden de training, van wie de helft met en de helft zonder virtual reality. Voor deelname aan het onderzoek vielen de deelnemers ongeveer tien keer per half jaar.

Zes maanden na het onderzoek was dit bij de virtual reality-groep teruggebracht tot zes keer. De groep met training zonder virtual reality viel wel iets minder, maar dit verschil was niet significant.

 

Eenvoudige interventie

Gemiddeld leverde de virtual reality training een valreductie van 42 procent op. Reguliere looptrainingen komen niet verder dan een reductie van 17 procent. Freek Nieuwhof, promovendus bij de afdeling geriatrie van het Radboudumc: “Onze interventie is een van de weinige eenvoudige val-interventies die een groot positief effect laat zien. “

 

Parkinson

Opmerkelijk is dat vooral parkinsonpatiënten baat hebben bij een training met virtual reality. De reden voor het grote succes ligt wellicht in het gegeven dat deze patiënten al vaak vallen, waardoor er meer ruimte voor verbetering is. Daarnaast traint de aanpak vaardigheden waar juist parkinsonpatiënten baat bij hebben. 23 augustus 2016


Hartbeeld

Nieuwe techniek brengt hartactiviteit driedimensionaal in beeld


Het is Matthijs Cluitmans gelukt om elektrische hartactiviteit driedimensionaal in beeld te brengen bij een kloppend hart, zonder dat hiervoor inwendige metingen nodig zijn.


De arts-onderzoeker is werkzaam bij het hart- en vaatcentrum van het Maastricht UMC+. Cluitmans heeft voor zijn vinding gebruikgemaakt van electrocardiographic imaging (ECGI). 


Paraplu

Electrocardiographic imaging is een aanvulling op het elektrocardiogram (ECG), bij de meeste mensen bekend als hartfilmpje. ECGI kijkt als het ware onder de paraplu van het ECG en toont de details van de elektrofysiologie van het hart.


Dit is van belang omdat beeldvorming een belangrijke rol speelt bij de diagnostiek van hart- en vaatziekten.


De nieuwe techniek is al toegepast om de oorsprong van zogenoemde hartoverslagen te bepalen, zodat deze ritmestoornis beter behandeld kan worden. Cardiologen die voor het verhelpen van ritmestoornissen met een katheter via de lies tot in het hart gaan, kunnen veel gemakkelijker en nauwkeuriger hun doel vinden, en hoeven niet langer het hart af te zoeken om de locatie van de hartritmestoornissen te vinden.Ook heeft Cluitmans met ECGI een relatie gelegd tussen afwijkingen in de elektrische herstelfase van het hart en het risico op hartritmestoornissen en plotse hartstilstand. 


 

De komende jaren zullen de nieuwe inzichten die ECGI nu al heeft opgeleverd, in grote patiëntengroepen worden onderzocht.


Award

Cluitmans studeerde geneeskunde en toegepaste wiskunde en verenigt daarmee de kennis en kunde in zich om medisch-technologisch vernieuwend werk te doen. Voor de toepassing en verbetering van de ECGI-techniek zijn hij en zijn team onderscheiden met de Clinical Needs Translational Award, een onderscheiding die in het leven is geroepen door de European Society of Cardiology en Computing in Cardiology. Deze prijs wordt op 29 augustus in Rome uitgereikt en is tevens een erkenning voor de samenwerking tussen onderzoeksgroepen van het Maastricht UMC+ en gerenommeerde Amerikaanse onderzoeksinstellingen in Boston. 16 augustus 2016



Tandartsen kiezen voor Noord-Holland


Per 3304 inwoners is er een tandartspraktijk in Nederland. Noord-Holland heeft relatief de meeste praktijken. In Drenthe zijn de minste praktijken. Dit blijkt uit cijfers van de website tandarts.nl.

 

In Noord-Holland is per 2713 inwoners een tandartspraktijk. Met name de regio Amsterdam-Haarlem kent veel praktijken. De provincie Drenthe kent de laagste praktijkdichtheid. Daar moeten 3761 inwoners het met één praktijk doen. De helft van de praktijken neemt daar nog nieuwe patiënten aan. Dat is het laagste percentage van Nederland.




“Mensen in de regio Amsterdam-Haarlem hebben geen moeite om een tandartspraktijk te vinden, maar mensen die verhuizen naar Drenthe zullen even de tijd moeten nemen om een geschikte tandartspraktijk te vinden,” zegt Kune Burgers van tandarts.nl over de cijfers. 8 juli 2016



Vinding geeft beter beeld van ic-patiënt  


Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), het Erasmus MC in Rotterdam en het AMC in Amsterdam gaan een proef nemen met een techniek waarbij het zuurstofgehalte in de cellen van een patiënt op de intensive care wordt gemeten. 


Door deze nieuwe meetmethode kan preciezer worden bepaald hoe het met deze patiënt gaat. “Op de intensive care liggen de ziekste mensen. Juist bij hen moet je goed in de gaten houden of ze genoeg zuurstof in hun lichaamscellen hebben,” legt Sesmu Arbous uit. Zij werkt als senior medisch specialist op de intensive care van het LUMC. 


Tot op heden was het meten van de zuurstof in de cel onmogelijk. Het Erasmus MC heeft echter een nieuwe techniek ontwikkeld. Anesthesioloog Bert Mik: “Met behulp van een stofje kunnen we zien hoeveel zuurstof in de energiecentrales van de cellen zit. Dit stofje licht bij weinig zuurstof anders op dan bij een hoog zuurstofgehalte.”


De nieuwe techniek wordt binnenkort getest op de ic van het LUMC. Daar start een proef met een aantal patiënten. Als de proef slaagt, wordt het onderzoek uitgebreid naar het AMC en het Erasmus MC. 8 juli 2016



Hoogleraar Chris de Korte: 'Nog veel meer mogelijk met echografie'


Met echografie kan veel meer dan nu in ziekenhuizen gebeurt. Dat zegt Chris de Korte, die onlangs is benoemd tot hoogleraar Medische ultrageluidstechnieken aan de Radboud Universiteit en het Radboudumc in Nijmegen. 


Over de toepassing van ultrageluid publiceerde De Korte meer dan 150 wetenschappelijke artikelen. Nieuwe scanners kunnen duizenden beelden per seconde opnemen. In combinatie met de toegenomen rekenkracht van computers kan daardoor meer informatie uit echo's worden gehaald.

Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor onder meer onderzoek naar borstkanker, diagnostiek van hart- en vaatziekten en de geboortezorg in ontwikkelingslanden. 


Binnenkant

Echografie maakt gebruik van niet hoorbare geluidsgolven met een zeer hoge frequentie. Dit geluid wordt weefsels van het lichaam ingezonden en deels teruggekaatst op de grens van twee soorten weefsels en door kleine structuren, zoals cellen en vetbolletjes.

Deze teruggekaatste geluidsgolven worden geanalyseerd en zo ontstaat een beeld van de binnenkant van het lichaam.


Hart- en vaatziekten

Een voorbeeld van een nieuwe toepassing is de detectie van vernauwingen in de slagaderen, zogenoemde plaques. Als deze plaques open barsten, kunnen ze leiden tot hart- of herseninfarcten. Chris de Korte ontwikkelde met zijn collega’s een echomethode waarmee plaques in de halsslagader van buitenaf zijn te bekijken. Door combinatie van technieken kan worden beoordeeld of een plaque een risico vormt.




Goedkoper

De nieuwe mogelijkheden hoeven niet te leiden tot duurdere zorg. De huidige smartphones, tablets en laptops zijn al krachtig genoeg om echobeelden te kunnen verwerken. Voor ontwikkelingslanden kunnen goedkope apparaten worden ontwikkeld. 7 juli 2016


Sms’je naar burgerhulpverlener vergroot overlevingskans na hartstilstand


Meer dan een kwart van de mensen overleeft een hartstilstand als burgerhulpverleners binnen zes minuten worden gemobiliseerd door middel van een tekstberichtje.

 

Dat is aanzienlijk meer dan wanneer deze vorm van hulp achterwege blijft. Dat blijkt uit onderzoek van het Maastricht UMC+, waarvan de resultaten recent zijn gepubliceerd. De bevindingen tonen voor het eerst het positieve effect van het oproepsysteem voor burgerhulpverleners aan. Naar schatting overleeft slechts één op de tien mensen een hartstilstand. De kans op overleving wordt groter naarmate binnen zes minuten kan worden gestart met reanimatie en daarbij een AED wordt ingezet. Nederland telt inmiddels 130.000 mensen die als geregistreerde vrijwilligers zijn getraind in reanimatie al dan niet met een AED.




Door invoering van een speciaal oproepsysteem kunnen zij snel worden gemobiliseerd op het moment dat een buurtbewoner een hartstilstand krijgt. Met aanzienlijk succes, zo blijkt nu uit bevindingen van Maastrichtse onderzoekers.


Overleving

In een onderzoeksperiode van twee jaar werden in Limburg  833 mensen gereanimeerd na een hartaandoening. In 422 gevallen werd het relevant geacht om het oproepsysteem voor burgerhulpverleners in te schakelen.


In de overige situaties was er al een ambulance aanwezig of vond reanimatie plaats in een openbare gelegenheid met aanwezigheid van een AED (zoals een winkelcentrum of sporthal). Na een oproep werd in 291 gevallen minstens één hulpverlener gemobiliseerd en kon tijdig worden gestart met reanimatie. Uiteindelijk overleefde 27,1 procent van de mensen daardoor een hartstilstand. In het geval dat het alarmeringssysteem wel werd geactiveerd, maar dit niet leidde tot respons van een burgerhulpverlener, bleek de overleving slechts 16,0 procent te zijn. 4 juli 2016


Menselijk afweersysteem veel complexer dan gedacht


Het menselijk afweersysteem is veel complexer dan gedacht. Dat blijkt uit een publicatie van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en de TU Delft.

 

De onderzoekers gebruikten een jonge techniek, massacytometrie genaamd, om de verschillende soorten afweercellen in het          darmslijmvlies van gezonde en zieke mensen in kaart te brengen. In de strijd tegen infecties kunnen we ons afweersysteem niet missen. Maar het afweersysteem is ook schuldig aan het ontstaan van ziekten als type 1 diabetes en reuma, waarbij gezonde cellen ten onrechte worden aangevallen.

En van ontstekingsziekten zoals coeliakie en de ziekte van Crohn.


Nauwkeurig vaststellen

De gangbare manier om te onderzoeken hoeveel en welke soorten afweercellen er aanwezig zijn, is met een techniek waarbij cellen één voor één in een vloeistof langs een lichtstraal stromen. Tegenwoordig bestaat er een veel betere methode: massacytometrie. Het LUMC beschikte hier als eerste in Nederland over. “We kunnen nu miljoenen cellen uit darmslijmvlies één voor één testen op wel 32 verschillende 'markers',” legt immunoloog Frits Koning van het LUMC uit.




Die 'markers' zijn kenmerken aan de buitenkant van de cellen die kunnen verraden om welk type cel het gaat. In de toekomst zal op nog veel meer markers getest kunnen worden. De onderzoekers, onder wie promovendus Vincent van Unen, vonden in totaal 142 verschillende soorten afweercellen

in de weefsels die ze bestudeerden, veel meer dan verwacht. Bovendien bleken er duidelijk andere afweercellen te zitten in darmslijmvlies van patiënten met coeliakie of Crohn  dan in darmslijmvlies van gezonde mensen. 


Effect

Koning: “Met vervolgonderzoek zullen we nog veel meer leren over het afweersysteem.” De onderzoekers verwachten dat de techniek ook toepassingen zal krijgen voor patiënten, zoals diagnostiek van ziekten en het vaststellen of een behandeling het gewenste effect heeft. 21 juni 2016



Support 2016 trekt in vier dagen 15.575 bezoekers naar Jaarbeurs Utrecht


De beurs Support 2016 die vorige week in de Jaarbeurs in Utrecht heeft plaatsgevonden, heeft in vier dagen 15.575 bezoekers getrokken. Onder het motto Wie denkt er nog in beperkingen? hebben tal van bedrijven en organisaties zich gepresenteerd.

 

Support is een tweejaarlijkse beurs voor iedereen met een fysieke beperking, hun omgeving en mensen die beroepshalve te maken hebben met de beperkingen die fysieke handicaps kunnen opleggen. Bezoekers waren met name te spreken over de positieve sfeer en goede dynamiek. Overal was wel iets te doen, te zien of te beleven. De demonstraties en workshops van exposanten werden goed gewaardeerd.

Aankoop

Op de hoogte blijven van nieuwe product- en brancheontwikkelingen werd door bezoekers genoemd als belangrijkste reden om naar Support 2016 te komen.



Informatie verzamelen over technische eigenschappen van producten of diensten en zich oriënteren voor de aankoop van een nieuw product, werden als tweede en derde bezoekreden genoemd.


Communicatieapparatuur

Onder de bedrijven en organisaties die zich presenteerden, waren onder meer het Zweedse bedrijf Inerventions, Lewis en SafeLiving.

Bij Commap uit Uden konden bezoekers kennismaken met communicatieapparatuur waarmee mensen voor wie praten moeilijk of onmogelijk is, weer kunnen communiceren met hun omgeving. Zo was er een apparaat die met een camera de mondbewegingen afleest en waren er apparaten die werken met afbeeldingen en pictogrammen.

 

Rolstoelvriendelijk

Op het vakantieplein, een nieuw onderdeel op Support, deelden bezoekers hun reiservaringen met elkaar. Zo werd besproken waar je moet zijn voor de meest toegankelijke accommodaties en welke landen het beste scoren op rolstoelvriendelijke voorzieningen.

Veilig Verkeer Nederland was aanwezig met een speciaal scootparcours waar je als scootmobielbestuurder je behendigheid kon testen. Op het sportplein gaf oud-wereldkampioen para-badminton Ilse van de Burgwal workshops. Voor kinderen was er een pop-up speeltuin met onder meer een rolstoeldraaimolen. 1 juni 2016


Onderzoekers Leids Universitair Medisch Centrum ontdekken nieuwe oorzaak spierziekte FSHD



Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) hebben een nieuwe oorzaak van de spierziekte FSHD gevonden. Onlangs is daarover een publicatie verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift American Journal of Human Genetics.

 

FSHD ontstaat doordat in de spieren een giftige stof wordt aangemaakt, die de spieren in het gezicht, de schouders en de bovenarmen en bovenbenen aantast. “Nederland telt tussen de twee- en drieduizend patiënten,” zegt Marlinde van den Boogaard.

Zij is werkzaam op de afdeling Humane Genetica en onlangs op het onderwerp gepromoveerd. Tijdens het onderzoek is Van den Boogaard begeleid door onder andere professor Silvère van der Maarel.

 

Kopieën

FSHD kan ontstaan door het ontbreken van een aantal kopieën van een genetische code, waardoor het DNA niet compact is opgevouwen. Daardoor wordt de giftige stof aangemaakt. Als dit de oorzaak is, spreekt men van FSHD type 1. Bij type 2 helpen bepaalde eiwitten niet goed mee om het DNA dicht te houden.

De onderzoekers hebben nieuwe fouten in het genetisch materiaal ontdekt, waardoor een eiwit het laat afweten om het DNA compact op te vouwen. 

Van den Boogaard: “Het laat zien dat FSHD niet bestaat uit verschillende vormen, maar dat de ziekte meer een spectrum is. Daarin liggen type 1 en type 2 aan tegenovergestelde kanten. Sommige patiënten hebben te maken met zowel type 1 als type 2. Deze patiënten zijn vaak ernstiger ziek. We weten steeds beter hoe de ziekte in elkaar zit en welke factoren een rol spelen. Dat biedt mogelijk nieuwe routes naar therapieën.” 17 mei 2016


Test met nieuwe leidraad behandeling COPD

 

Long Alliantie Nederland test in West-Brabant een leidraad voor behandeling van COPD-patiënten. De test moet over twee jaar leiden tot een nieuwe zorgstandaard voor het hele land.

 

In de nieuwe zorgstandaard voor mensen met een chronische longziekte is de samenwerking en afstemming tussen de verschillende zorgaanbieders verder verbeterd. Hierdoor kan betere zorg worden verleend aan patiënten die opgenomen zijn in het ziekenhuis na een aanval van ernstige benauwdheid. 


Samenwerking

In de test voor westelijk West-Brabant werken het Bravis ziekenhuis, huisartsen, zorgaanbieders, apothekers en fysiotherapeuten nauw samen. De zorg start bij de opname en loopt door in de thuissituatie na de ziekenhuisopname. 


Goed nieuws

Longarts Harry van Looij en huisarts Wim Oomen zijn blij met de pilot. “Dit is goed nieuws voor COPD-patiënten en letterlijk een opluchting voor alle betrokkenen. Eindelijk is er een gestructureerde samenwerking tussen huisartsen en specialisten uit de eerste en tweede lijn,” zegt Oomen. Harry van Looij: “De samenwerking is nu al op veel gebieden verbeterd, waardoor een patiënt nog beter in de gaten wordt gehouden.”


Plan als handvat

Transmuraal longverpleegkundige Marja Raatgeep is de schakel tussen ziekenhuizen, artsen en thuiszorginstanties. 


Zij bezoekt COPD-patiënten vaak thuis. “Een huisbezoek ga ik nu anders in. Je hebt een plan om als handvat te gebruiken en om je huisbezoek verder richting te geven. Zo werk ik samen met de patiënt aan zijn doel om uit het ziekenhuis te blijven. Dat maakt de huisbezoeken anders dan de oude huisbezoeken." 4 mei 2016


'Nederland is allround kampioen dementiezorg’

 

De kwaliteit van leven van mensen met dementie in een verpleeghuis is even hoog als van degenen die thuis wonen. Dat blijkt uit onderzoek van Hanneke Beerens waarop zij vorige week is gepromoveerd aan de Universiteit Maastricht.

 

De belangrijkste graadmeter voor de kwaliteit is de stemming van mensen met dementie. Beerens stelt in haar proefschrift dat Nederland ‘allround kampioen dementiezorg’ is. In het proefschrift staan twee studies centraal. De eerste in acht EU-landen. Hierin zijn bijna tweeduizend mensen met dementie, verzorgers en mantelzorgers gevraagd naar de kwaliteit van leven. Ook zijn dementerenden geobserveerd. De kwaliteit van leven scoorde thuis en in het verpleeghuis nagenoeg gelijk.


Nederland

Uit het onderzoek blijkt Nederland 'kampioen dementiezorg'.





Waar thuiswonende mensen met dementie in de EU gemiddeld tien procent van de tijd met vrijheidsbeperkende maatregelen te maken krijgen, is dat in Nederland slechts drie procent. In Nederland krijgt vier procent te maken met doorligwonden, in de EU is dat zeven procent.

 

Positieve stemming

Uit een observatie van 115 bewoners van Limburgse verpleeghuizen blijkt dat een positieve stemming belangrijk is. Vooral activiteiten in de buitenlucht en sociale interacties, veroorzaken een positieve stemming. De promovenda pleit voor het beter toerusten van zorgverleners om te bepalen wat voor een patiënt een zinvolle dagbesteding is. 4 mei 2016



2,5 miljoen euro voor onderzoek naar combinatietherapie longkanker

 

Radiotherapeut-oncoloog Philippe Lambin van het Maastricht UMC+ en MAASTRO clinic heeft van de European Research Council (ERC) een subsidie van 2,5 miljoen euro gekregen voor onderzoek naar een nieuwe behandelmethode voor patiënten met uitgezaaide longkanker.

 

De nieuwe behandelwijze is gebaseerd op een combinatie van immuuntherapie, radiotherapie en een nieuw medicijn. Met name patiënten die lijden aan complexe vormen van uitgezaaide longkanker, zouden baat kunnen hebben bij de nieuwe therapie. Longkanker veroorzaakt per jaar 1,5 miljoen sterfgevallen wereldwijd. De subsidie wordt toegekend aan wetenschappers die een autoriteit zijn op hun vakgebied.



Jodiumzaadje wijst chirurg de weg

 

Chirurgen van de borstkliniek in het Franciscus Gasthuis in Rotterdam markeren tumoren die niet of slecht zichtbaar zijn, voortaan voor de operatie met een radioactief jodiumzaadje. Op deze manier weten zij precies waar de tumor zit.

 

Het jodiumzaadje geeft een zeer lage stralingsdosis af, die niet schadelijk is voor de gezondheid en de omgeving. Het jodiumzaadje kan al voor de dag van de operatie worden geplaatst. Bij een borstsparende operatie spoort de chirurg met een speciaal apparaat heel gericht het zaadje en daardoor de tumor op.

 

Borstsparende operatie

“Door gebruik van het jodiumzaadje kunnen wij bij een borstsparende operatie nog gerichter opereren," zegt chirurg Wietske Vrijland.




Tweede operatie

"Dit is ook comfortabeler voor onze patiënten,” aldus Vrijland. "Bij een gerichte operatie wordt minder gezond weefsel verwijderd en ontstaat een beter cosmetisch resultaat. Bovendien wordt de kans op een tweede operatie verkleind". 12 april 2016



'Behandeling huidkanker

kan veel effectiever


De behandeling van huidkanker kan vele malen effectiever door de therapie af te stemmen op de individuele kenmerken van patiënt en tumor. Dat meent Marieke Roozeboom, die afgelopen vrijdag aan de Universiteit Maastricht op dit onderwerp is gepromoveerd.

 

Zo blijkt dat de veel toegepaste fotodynamische therapie slechts in iets meer dan de helft van alle gevallen succesvol is.


Een eenvoudige crème blijkt een veel grotere effectiviteit te hebben. Bij patiënten boven de zestig jaar met een oppervlakkige vorm van huidkanker verdient de moderne lichttherapie echter weer de voorkeur.


Dermatoloog in opleiding Marieke Roozeboom adviseert dan ook om niet iedere patiënt met dezelfde methode te behandelen.

11 april 2016



Nieuwe operatietechniek bij extreem overgewicht

 

Het Catharina Obesitascentrum in Eindhoven voert een nieuwe operatietechniek uit voor patiënten met extreem overgewicht. Daarbij blijft de maagklep intact waardoor de patiënt beter een gevoel van verzadiging houdt.

 

Patiënten met een hele hoge Body Mass Index (BMI) krijgen in de meeste gevallen een operatie waarbij twee derde van de maag wordt weggehaald.


Als hun BMI boven de 40 blijft steken, dan wordt na anderhalf jaar ook het spijsverteringskanaal omgelegd. Dit geeft meestal weinig extra effect. 


Gevarenzone

Met de nieuwe techniek is het mogelijk dat patiënten een BMI krijgen tussen de 30 en 35. “En daarmee zijn ze uit de gevarenzone. Want patiënten met een BMI hoger dan 35 hebben kans op tal van medische complicaties”, aldus chirurg dr. Simon Nienhuijs van het Catharina Obesitascentrum. 11 april 2016



Nieuwste ontwikkelingen en producten op beurs Zorg en ICT in Utrecht








Van Reliance tot Brightcare, van Pinkroccade tot Mortara. Van gerenomeerde bedrijven tot kleinere spelers in de ICT. Van software-ontwikkelaars tot adviesbureaus. Allemaal komen ze deze week naar de Jaarbeurs in Utrecht om de laatste ontwikkelingen op ICT-gebied in de zorg voor het voetlicht te brengen. Of om kennis te nemen van de stand van zaken in de ICT. Uiteraard is er veel ruimte voor gesprek en voor discussie, al dan niet in de vorm van een workshop of een themabijeenkomst. Maar liefst 175 exposanten bieden de beursbezoeker een compleet beeld van ICT-toepassingen en ICT- diensten in de zorg. En wie de beurs heeft bezocht, zal beamen dat ICT niet meer is weg te denken in de zorg. Of zoals een van de exposanten het in een presentatie naar voren bracht: "ICT zorgt voor de hartslag van de zorginstelling." 5 april 2016 



Klik op onderstaande advertenties voor nog méér zorginformatie.